Op donderdag 26 mei (O.L.H.-Hemelvaart) zijn onze musea gesloten in de namiddag.

Sluiten

E-tentoonstelling

Wit

Een aparte kijk op de objecten van Musea Brugge. Bekende en minder bekende stukken worden hier samengebracht op basis van de aanwezigheid van één bepaalde kleur.

Deze e-tentoonstelling gaat over wit. Strikt gezien is wit geen kleur, maar een combinatie van alle zichtbare kleuren samen. Soms symboliseert het de afwezigheid van kleur.

Zoals de meeste kleuren heeft wit veel en vaak tegenstrijdige betekenissen. Het is een belangrijke kleur in bijna alle religies, de kleur van initiaties en overgangsrituelen, van onschuld en zuiverheid, van dood en geesten.

Meer nog dan over de symboliek, willen we het hier hebben over de materiaaltechnische aspecten van wit. Welke materialen zijn er precies gebruikt? Met welke technieken is de kleur gemaakt?

door Guenevere Souffreau

01 Michelangelo 700x700
Michelangelo Buonarroti, ‘Madonna’, ca. 1501-1504, marmer, Onze-Lieve-Vrouwekerk Brugge © www.lukasweb.be, foto Hugo Maertens

Zuiver wit

Eén van de bekendste en meest bezochte topstukken in Brugge is ongetwijfeld de ‘Madonna’ van Michelangelo in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Het is het enige beeldhouwwerk van Michelangelo dat tijdens zijn leven Italië heeft verlaten.

Het beeld is gemaakt van carraramarmer, een witte marmersoort uit de marmergroeven van Carrara in Toscane, Italië. De steen is sinds de oudheid erg populair bij beeldhouwers, vooral door de uitzonderlijke zuiverheid en de witte kleur. Marmer laat zich relatief gemakkelijk bewerken. Het materiaal is bovendien wat lichtdoorlatend, waardoor het gepolijste oppervlak een aangename zachtheid en diepte krijgt. Michelangelo zou regelmatig persoonlijk naar Carrara getrokken zijn om de mooiste blokken uit te kiezen waaruit hij zijn beeldhouwwerken kon houwen.

02 0000 GRO1254 GRO1255 I 700x700
Hans Memling, ‘Annunciatie’, ca. 1467, olieverf op paneel, Musea Brugge, inv. 0000.GRO1254.I-1255.I © www.lukasweb.be, foto Hugo Maertens

Levende grisaille

De imitatie van stenen sculpturen in een geschilderde voorstelling, onder meer door het gebruik van alleen grijze tinten, wordt een ‘grisaille’ genoemd. Dergelijke schilderingen zijn vrij populair in de vijftiende en zestiende eeuw en komen vaak voor op de achterzijdes van zijluiken van retabels. Ze zijn dus te zien als de luiken gesloten zijn.

In deze twee buitenluiken met de voorstelling van de ‘Annunciatie’ gaat Hans Memling nog een stap verder in het concept van de ‘grisaille’. De figuren worden nog steeds als beeldhouwwerken voorgesteld, op een sokkel in een nis. Het kleurgebruik is evenwel niet monochroom grijzig. De lichamen van Maria en de aartsengel Gabriël hebben een natuurlijke kleur gekregen. Bovendien heeft hun kledij een opmerkelijk felwitte kleur. Net zoals de witte lelie in de witte vaas alludeert dit op de zuiverheid en de maagdelijkheid van Maria.

03 Margareta 800x460
Detail uit: Jan van Eyck, ‘Portret van Margareta van Eyck’, 1439, olieverf op paneel, Musea Brugge, inv. 0000.GRO0162.I (© www.lukasweb.be, foto Hugo Maertens). Links het röntgenbeeld (© KIK/IRPA, Brussel), rechts het macro-röntgenfluorescentiebeeld voor het chemisch element lood (Pb) (© Universiteit Antwerpen).

Dodelijk wit

Tot in de negentiende eeuw is het wit dat schilders gebruiken in hun verflagen steeds loodwit. Het pigment is al gekend in het Oude Egypte en wordt niet alleen voor schilderingen, maar ook in cosmetica gebruikt. In het Oude Rome beschrijven zowel Vitruvius als Plinius hoe het gemaakt wordt. Onder invloed van azijnzuur, zuurstof en koolstofdioxide oxideert het grijze metaal lood tot witte schilfers loodcarbonaat. Loodwit is een warm, dekkend wit. Maar door de aanwezigheid van lood is het erg giftig. Aan het begin van de negentiende eeuw wordt het niet-giftige zinkwit ontdekt. Maar omdat zinkwit wat transparant is, blijft het minder populair dan loodwit. Het duurt tot in de twintigste eeuw, wanneer het dekkende titaanwit ontwikkeld wordt, vooraleer het gebruik van loodwit bijna helemaal verdwijnt en zelfs verboden wordt.

Op röntgenbeelden, zoals hier het beeld links van het ‘Portret van Margareta van Eyck’, zijn de witste zones de plaatsen waar de stralen het meest geabsorbeerd worden door materialen met een grote dichtheid, zoals bijvoorbeeld lood. Waar loodwit is gebruikt, is het röntgenbeeld duidelijk witter.

Een andere, nieuwere onderzoekstechniek, macro-röntgenfluorescentie (of kortweg MA-XRF), laat toe de aanwezigheid van één specifiek chemisch element te onderzoeken. Het rechtse beeld toont de verspreiding van het element lood (Pb) op dit schilderij. Hoe witter de zone, hoe meer lood er op die plaats zit. Zo zien we dat loodwit niet alleen gebruikt is voor de witte hoofddoek, maar bijvoorbeeld ook in de bontkragen en de incarnaten. Wanneer we dit beeld vergelijken met de gewone foto in het midden, zien we bovendien dat Van Eyck tijdens het schilderen lichte aanpassingen maakte aan onder meer de positie van de witte hoofddoek.

04 1973 GRO0093 II 700x700
Pièrre François Ledoulx, ‘Witte koraal’, ca. 1799-1807, aquarel op papier, Musea Brugge, inv. 1973.GRO0093.II © www.lukasweb.be, foto Dominique Provost

Transparantie

In een aquarel brengt de kunstenaar in water opgeloste pigmenten of verf aan op – meestal – een papieren drager. Omdat pigmenten niet wateroplosbaar zijn, wordt een bindmiddel, vaak Arabische gom, toegevoegd. Aquarel is transparant. Kenmerkend is dat er geen witte verf wordt gebruikt, maar dat witte en lichte accenten gelegd worden door het witte blad papier door de tekening te laten doorschemeren.

Aquarel is erg populair voor het maken van studietekeningen, architectuurtekeningen en botanische en zoölogische afbeeldingen. De Brugse kunstenaar Pièrre François Ledoulx is gekend om zijn talrijke aquarels van dieren, planten en curiosa. Deze ‘Witte koraal’ is afkomstig uit een album met curiosa uit de natuur.

00 quote 0000 GRO1777 II 2000x840

Le style simple est semblable à la clarté blanche. Il est complexe, mais il n'y paraît pas.

"Een eenvoudige stijl is zoals wit licht. Het is erg ingewikkeld, maar dat lijkt zo niet." | Anatole France (1844-1924)
05 0000 GRO1777 II 700x700
Maerten de Vos, ‘Transfiguratie’, 1578, pen en bruine inkt, gehoogd met witte gouache, sporen van zwart krijt, Musea Brugge, inv. 0000.GRO1777.II © www.lukasweb.be, foto Dominique Provost

Subtiel wit

Tekeningen zijn heel vaak gemaakt op een witte drager (meestal een wit blad papier), met behulp van een donker gekleurd medium (inkt, potlood, houtskool, krijt,…). Donkere partijen geven dan schaduwen weer of zones die in de diepte liggen. Maar veel kunstenaars werken ook graag op gekleurd papier, wat het werk een heel andere dimensie en voeling geeft. In dat geval worden soms met een witgekleurd medium zogenaamde ‘hoogsels’ aangebracht. De witte toetsen accentueren dan de meer verlichte partijen of de delen die zich meer op de voorgrond bevinden.

In deze ‘Transfiguratie’ gebruikt Maerten de Vos gouache voor de witte hoogsels. Gouache, ook gekend als plakkaatverf of dekverf, is een soort waterverf, zoals aquarel. In tegenstelling tot aquarel is gouache niet transparant. Beide zijn pigmenten vermengd met een lijm als bindmiddel. Aan gouache worden witte, opake vulstoffen toegevoegd, waardoor de verf ondoorzichtig en dekkend wordt. De verf is mat en droogt snel.

06 XIX O 0006
Benedictievelum met de voorstelling van de instrumenten van de passie en wapenschilden, Brugge, 1599, vlas, gestopt netwerk en kloskant, Musea Brugge, inv. XIX.O.0006 © www.lukasweb.be, foto Dominique Provost

Kantwerk

De oorsprong van kantwerk is onduidelijk. Er zijn tal van soorten kantwerk, geëvolueerd uit verschillende soorten textielbewerkingen. Naaldkant is ontstaan uit het uittrekken van draden van de boorden (de ‘kanten’) van onderkledij die uitstak onder de bovenkledij. Rond de opengetrokken vormen worden steeds ingewikkelder motieven geborduurd. Om praktische redenen is onderkledij meestal wit (het moet op hoge temperaturen kunnen gewassen worden) en kant dus ook. Kloskant wordt gemaakt met behulp van draad die op kleine klosjes gewonden is. Linnen, katoen, zijde en zilver- of gouddraad zijn de meest gebruikte materialen.

Musea Brugge beheert een uitgebreide collectie kantwerk. Dit stuk is erg uitzonderlijk. Niet alleen is het gedateerd, het bevat bovendien initialen en wapenschilden. Het blijkt afkomstig te zijn van een abdis en een zuster van het Spermalieklooster dat enkele jaren eerder in Brugge was gesticht.

07 9 abtstaf c stadsfotografen MUS090420 12 700x700
Onderdeel van een abtstaf, Noord-Frankrijk of Vlaanderen, eerste kwart 13de eeuw, ivoor, Musea Brugge, inv. VIII.O.0009 © www.lukasweb.be

Het witte goud

Dit is het gekrulde uiteinde van een ivoren Romaanse abtstaf, versierd met bladmotieven, uit het eerste kwart van de dertiende eeuw. Ivoor wordt al sinds de prehistorie bewerkt tot gebruiks- en kunstvoorwerpen. Het is afkomstig van de tanden of slagtanden van dieren. Ivoor laat zich goed bewerken en heeft een kenmerkende egaalwitte tot lichtjes gelige kleur. Tijdens de oudheid en de middeleeuwen zijn ivoren objecten echte luxeproducten, die alleen door de aristocratie of hogere geestelijken bereikbaar zijn. Het materiaal wordt zelfs tot op heden ‘het witte goud’ genoemd.

Omdat ivoor meestal gewonnen wordt uit de slagtanden van bedreigde diersoorten, die daarvoor op gruwelijke wijze afgeslacht worden, is de handel ervan recent aan banden gelegd. Er is een totaal verbod op het verhandelen van onbewerkt ivoor. Bewerkt ivoor, dus ook oude kunstvoorwerpen, kan alleen verhandeld worden mits een certificaat van de overheid.

07 BMG 0534 700x700
Chatelaine, tweede helft 18de eeuw, goud, parelmoer, edelsteen, zilver en camee, Musea Brugge, inv. BMG.2008 © www.lukasweb.be, foto Dominique Provost

Iriserend wit

Parelmoer is afkomstig van de binnenkant van schelpen van weekdieren. Het materiaal is een combinatie van anorganische dunne plaatjes en organisch materiaal. Het is uitzonderlijk sterk, maar ook veerkrachtig. De kleur van parelmoer is bleekwit en iriserend. Dat wil zeggen dat de kleur verandert naargelang vanuit welke hoek je naar een object kijkt. Bij parelmoer komt dat omdat de anorganische plaatjes waaruit het is opgebouwd net even dik zijn als de golflengte van zichtbaar licht.

Het iriserende effect maakt dat dit materiaal bijzonder geliefd is als onder meer inlegwerk van meubilair en muziekinstrumenten en natuurlijk ook in de juweelkunst. Dit juweel is een chatelaine, een versierde gesp die rond het middel gedragen wordt. Aan de verschillende kettingen kunnen uiteenlopende voorwerpen gehangen worden: sleutels, uurwerken, naaigerei, geluksbrengers, amuletten, …

09 kronen 800x640
Drie kronen in filigraan, Zeeland (?) of Vlaanderen, tweede helft 18de eeuw, zilver en parels, Musea Brugge, inv. O.OTP0627.X-0629.X © www.lukasweb.be

Zilverwit

Het Latijnse woord voor zilver, ‘argentum’, is afgeleid van een woord in het Sanskriet dat ‘wit’ en ‘schitterend’ betekent. Alhoewel er tal van witgekleurde metalen bestaan, staat vooral zilver bekend als het ‘witte’ metaal. De witte schittering ervan symboliseert zuiverheid en puurheid.

Deze drie kronen vormen een ensemble dat bestemd was voor een zogenaamde ‘Anna te Drieën’. Dit is de christelijke voorstelling van de heilige Anna met haar dochter, de Maagd Maria en haar kleinkind Jezus. Anna is daarbij steeds als grootste en dus belangrijkste afgebeeld. De grootste kroon is bijgevolg voor grootmoeder Anna, de kleinere voor Maria en de kleinste voor het Kind Jezus. De kronen zijn bovenaan versierd met parels. Het indrukwekkende fijne filigraanwerk in zilver geeft de kronen een lichte, maar tegelijk schitterende en rijke indruk.

09 XXI O 0793 700x700
Guanyin figurine, China, eerste helft 18de eeuw, porselein, Musea Brugge, inv. XXI.O.0793 © www.lukasweb.be

Porseleinwit

Porselein is gemaakt van de witte kleisoort kaolien, vermengd met kwarts en veldspaat. Het is gebakken op hoge temperaturen, waardoor het erg hard wordt. Het is helemaal wit, tot in de kern, waterdicht en doorzichtig. Porselein is uigevonden in China, vermoedelijk al in de vijfde eeuw of zelfs eerder. Het vervaardigingsproces is erg arbeidsintensief. Door de zuivere witte kleur, het delicate uitzicht, maar tegelijk ook de hardheid en de duurzaamheid van het materiaal, wordt porselein vaak als de hoogste vorm van keramiek beschouwd.

Dit is een kleine figurine van Guanyin, de godin van het mededogen. Alhoewel ze oorspronkelijk mannelijk was, en nog steeds een androgyn karakter kan hebben, wordt ze meestal afgebeeld als een jonge vrouw met lange witte kledij. Ze is een erg geliefde godin in onder meer het Chinese boeddhisme, waar ze symbool staat voor genade, redding en onvoorwaardelijke liefde.

10 O OTP 0882 XXI 700x700
Korf in Delfts wit, 18de eeuw, aardewerk, Musea Brugge, inv. O.OTP0882.XXI © www.lukasweb.be, foto Dominique Provost

Delfts wit

Het bekende Delfts blauw aardewerk is op het einde van de zestiende eeuw ontstaan als goedkope imitatie van het Chinese wit-blauwe porselein. Het is een soort faience, waarbij een kern van niet-witbakkend aardewerk bedekt wordt met een witte laag tinglazuur waarop verfijnde blauwe decoraties worden geschilderd. Maar er is ook Delfts wit aardewerk. Dat is niet versierd, maar helemaal wit gelaten. Delfts wit is erg populair als gebruiksaardewerk. Opvallend is dat veel zeventiende-eeuwse schilders dit witte aardewerk afbeelden op hun stillevens. Mogelijk is dit onder meer om hun technische vaardigheden in het schilderen van glanzend witte objecten te etaleren.

In tegenstelling tot het goedkopere, maar doorzichtige loodglazuur is tinglazuur volledig dekkend, waardoor de gekleurde kern van Delfts aardewerk verborgen is. Omdat op de hier afgebeelde korf enkele kleine schilfers aan de rand zijn afgebroken, wordt de gekleurde kern toch weer zichtbaar en zien we dat het aardewerk is en geen porselein.

12 BR99 J 1B pijpjes 700x700
Vier fragmenten van pijpen, vervaardigd in Gouda, tussen 1680 en 1859, pijpaarde, gevonden in Brugge, inv. BR99/J/1B/4-7 © Raakvlak

Pijpaarde

Deze vier pijpfragmenten zijn opgegraven in Brugge, op de site van het Jezuïetenklooster. Ze zijn allemaal gemaakt in Gouda, tussen het einde van de zeventiende en het midden van de negentiende eeuw. Op twee ervan staat op de hiel het merkteken van de pijpenmaker Klaas Bal. Drie van de vier pijpen hebben een zwarte binnenzijde; die zijn dus zeker gebruikt. De vierde, met de gedraaide steel, is nog helemaal wit. Vermoedelijk is deze pijp weggegooid vooraleer ze gebruikt geweest is.

Pijpaarde is een fijne blauwachtige klei die egaal wit wordt door te bakken. De klei wordt vooral in de middeleeuwen veel benut voor het maken van figurines. Na het midden van de zestiende eeuw, met de invoer van tabak, komt een massaproductie van pijpen op gang. Vooral in Nederland zijn er verschillende productiecentra, met de belangrijkste in Gouda.

13 BMV 06731 700x700
Wandrek met houders voor zeep, zand en soda, ca. 1930-1960, email, Musea Brugge, inv. BMV.06731 © www.lukasweb.be

Email

Door een laag glaspoeder of -pasta op een oppervlak aan te brengen en te verhitten tot het smelt, ontstaat een egale en stevige beschermlaag. Op aardewerk heet dit glazuren, op metaal spreekt men van emailleren. Email kent een lange geschiedenis in de juweelkunst. Sinds het midden van de negentiende eeuw wordt het ook toegepast op plaatstaal. De emaillaag beschermt het metaal tegen corrosie. Vooral in de twintigste eeuw kent dit veel commerciële toepassingen, zoals reklameborden, straatnaamborden en huishoudartikelen. De harde emaillaag is wel erg onbuigzaam, waardoor er snel schilfers kunnen loskomen.

Dit zand-zeep-sodastel heeft zo’n emaillaag. Zoals veel geëmailleerde keukenvoorwerpen uit het midden van de twintigste eeuw is het wit met een blauwe rand. De witte kleur helpt om het schoon en rein te houden. Een zand-zeep-sodastel bevat alle basisproducten voor schoonmaak: een zachte zeep, sodapoeder (natriumcarbonaat) voor grondiger reiniging en zand om te schuren.

15 1995 GRO0020 I 102 800x640
Detail uit Pieter Pourbus, ‘Laatste Avondmaal’, 1548, olieverf op paneel, Musea Brugge, inv. 1995.GRO0020.I © www.lukasweb.be, foto Hugo Maertens. Rechts het infraroodreflectogram © Musea Brugge / Vlaams onderzoekscentrum voor de kunst in de Bourgondische Nederlanden

Onzichtbaar wit

Om te kunnen schilderen op een houten paneel, moet dit eerst bedekt zijn met een egale grondlaag. In de vijftiende en zestiende eeuw is dat gewoonlijk een mengsel van krijt (calciumcarbonaat) en dierlijke lijm. In Italië werkt men eerder met gips (calciumsulfaat, ‘gesso’ in het Italiaans) dan met krijt. Krijt is een zacht gesteente dat bestaat uit de microscopische skeletresten van algen.

Op de krijtgrondering maakt de kunstenaar een voorbereidende tekening, waarover met verschillende lagen verf het uiteindelijke schilderij gepenseeld wordt. De witte grondering is dus normaal nooit zichtbaar. Met behulp van de onderzoekstechniek infraroodreflectografie (kortweg IRR) kan doorheen de verflagen ‘gekeken’ worden. Infraroodstralen gaan doorheen verflagen, maar worden gereflecteerd door de witte grondering. Een infraroodreflectografiecamera kan die teruggekaatste stralen capteren en omzetten in beelden.

Hier zien we een fragment uit het ‘Laatste Avondmaal’ door Pieter Pourbus, met rechts het infraroodreflectogram. De tekening op de grondering is gemaakt met koolstofhoudend materiaal, wat infraroodstralen absorbeert en daarom zwart wordt weergegeven. Omdat de tekening gemaakt is op een witte grondlaag, die de infraroodstralen reflecteert, zien we de getekende lijnen op een witte achtergrond. We kunnen dus de voorbereidende tekening zien die Pourbus maakte voor dit schilderij. Aan de figuur van deze jongen is heel wat veranderd. Op de tekening staan zijn voeten op een lichtjes andere plaats. Aanvankelijk had hij schoenen aan, maar hij is blootsvoets geschilderd. Het hoofd van de jongen is in zijaanzicht getekend, terwijl het uiteindelijk frontaal geschilderd is.

Meer weten?

Over de collectie van Musea Brugge: www.erfgoedbrugge.be

Over kleur, materialen, technieken en natuurwetenschappelijk onderzoek:

B. Berrie (red.), Artists’ Pigments. A Handbook of Their History and Characteristics. Volume 4, Londen, 2007.

C. Cennini, Het handboek van de kunstenaar. Il Libro dell’Arte, Amsterdam/Antwerpen, 2001.

D. Coles, Chromatopia. An Illustrated History of Colour, Londen, 2018.

N. Eastaugh, V. Walsh, T. Chaplin, R. Siddall (reds.), Pigment Compendium. A dictionary and optical microscopy of historical pigments, Londen, 2013.

R. Feller (red.), Artists’ Pigments. A Handbook of Their History and Characteristics. Volume 1, Londen, 1986.

E.W. Fitzhugh (red.), Artists’ Pigments. A Handbook of Their History and Characteristics. Volume 3, Londen, 1997.

A. Fuga, Materialen en technieken, Gent, 2006 (Kunstbibliotheek).

J. Gage, Colour and Meaning. Art, Science and Symbolism, Londen, 1999.

A. Roy (red.), Artists’ Pigments. A Handbook of Their History and Characteristics. Volume 2, Londen, 1993.

H. Westgeest, T. van Bueren, A. Groot, A. de Koomen (reds.), Kunsttechnieken in historisch perspectief, Turnhout 2011.

www.kikirpa.closertovaneyck.be