Op donderdag 26 mei (O.L.H.-Hemelvaart) zijn onze musea gesloten in de namiddag.

Sluiten

E-tentoonstelling

De uitvinding van de kerststal

Een geschiedenis van de beeldvorming van de kerststal aan de hand van schilderijen, beeldhouwwerken en prenten uit de collectie van Musea Brugge.

Je zult nooit meer op dezelfde manier naar het stalletje onder jouw kerstboom kijken.

door Geert Souvereyns

E expo kerststal 01 BMV 06114
Patacon met voorstelling van de aanbidding door de wijzen, 19e/20e eeuw, pijpaarde. Collectie Volkskundemuseum, inv. BMV06114. Foto: An Verbruggen.

Een oude traditie

Bij kerstmis horen allerlei tradities, de ene al ouder dan de andere: een boom met lichtjes, een ijstaart in de vorm van een boomstronk, het eten van gevulde kalkoen, een maretak boven de deur, een volslanke man met vliegende rendieren… Maar, de oudste traditie is wel die van de kerststal. Hoewel steeds minder mensen naar de kerk gaan, kent bijna iedereen de basisopstelling nog: centraal Maria, Jozef en het kindje Jezus dat in doeken gewikkeld op een bedje van stro ligt. Op de achtergrond staan een os en een ezel, op de voorgrond enkele herders met hun schapen aan de ene zijde, terwijl drie koningen hun opwachting maken aan de andere zijde, vergezeld van hun kamelen. Sommigen kennen zelfs de namen van de koningen nog.

E expo kerststal 02 prentkaart1
Prentkaart met kerststal, 20e eeuw. Collectie Volkskundemuseum, geen inv. nr. Foto: Geert Souvereyns

Wat zegt de bijbel?

In de Bijbel is geen sprake van een stal en evenmin van een os, een ezel en drie koningen. De evangelisten geven slechts karige informatie over de omstandigheden van de geboorte van Jezus. Alleen Lucas en Matteüs schrijven erover. Zij vertellen dat Jezus is geboren in Bethlehem, dat Jozef en Maria geen plaats vonden om te slapen en dat zij – bij gebrek aan een wieg - hun pasgeboren kind in een voederbak legden. Lucas laat herders op bezoek komen, terwijl Matteüs spreekt over magiërs – hoeveel zegt hij er niet bij – die geschenken kwamen overhandigen.

De schaarsheid aan informatie in de Bijbel laat veel ruimte aan de verbeelding. Die ruimte is doorheen de eeuwen ingevuld door kerkvaders, legendeschrijvers, dichters, toneelspelers en kunstenaars.

E expo kerststal 03 2013 GRO0005 III
Marcus Gerards, Johann (I) Sadeler (prentmaker en uitgever), ‘Natalis Christi’, gravure, 1572 – 1586. Collectie Groeningemuseum, inv. 2013.GRO0005.III. Foto: Dominique Provost.

Een middeleeuwse uitvinding

De kerststal is een middeleeuwse uitvinding. De link tussen een voederbak en een stal is natuurlijk niet vergezocht. De Franse abt en stichter van de cisterciënzerorde Bernardus van Clairvaux (1090-1153) situeert in zijn geschriften de geboorte van Christus steevast in een stal. In vroegchristelijke geschriften vindt de geboorte nochtans plaats in een grot.

In een ellenlang sermoen over de geboorte van Christus nodigt Bernardus de gelovigen uit om zich voor te stellen in welke armzalige omstandigheden God mens is geworden. Hij laat daarbij zijn fantasie de vrije loop. Hij verwondert zich erover dat de almachtige God ervoor koos om zijn zoon, de langverwachte messias, geboren te laten worden in het dorpje Bethlehem, in een stal en tijdens een koude winternacht. Met een arme moeder dan nog, die amper genoeg doeken heeft om haar baby in te wikkelen en geen bedje om hem te wiegen. De redder van de wereld lag als een armeluiskind neer in een bakje met stro.

E expo kerststal 05 prentkaart
Prentkaart met kerststal, circa 1910. Collectie Volkskundemuseum, geen inv. nr. Foto: Geert Souvereyns

De eerste levende kerststal

Bernardus wilde de menselijke kant van de geloofsmysteries laten zien en is hiermee de grondlegger van een meer affectieve en doorleefde spiritualiteit, die het westerse christendom zal blijven kenmerken. Een eeuw later zet Franciscus van Assisi (1172-1226) nog een stap verder in het verlevendigen of vermenselijken van het kerstverhaal. In 1223 ensceneert hij in het dorpje Greccio nabij Rome de geboorte van Jezus in Bethlehem. Hij plaats een kribbe met stro in een grot (en niet in een stal, zoals meestal wordt beweerd). Daarin lag een echte baby, omringd door een os, een ezel en schapen, die – aldus ooggetuige Thomas van Celano – blatend instemden met de woorden van Franciscus.

E expo kerststal 04 prentkaart
Prentkaart met kerststal, circa 1910. Collectie Volkskundemuseum, geen inv. nr. Foto: Geert Souvereyns

'Il Bambino di Betlemme'

Vandaag zijn levende kerststallen een vertrouwd beeld op kerkpleinen en kerstmarkten. Maar, anno 1223 veroorzaakte de actie van Franciscus veel commotie, tot in het Vaticaan toe. In de romaanse kunst, die tot dan de christelijke beeldvorming domineerde, wordt Jezus afgebeeld als rechter op een troon of emotieloos aan het kruis, als een goddelijke verschijning die boven het aardse gewoel staat. Franciscus daarentegen noemt de pasgeboren Jezus liefkozend 'il Bambino di Betlemme' en toont hem als een gewoon kindje dat in armzalige omstandigheden op aarde is gekomen. Die evangelische armoede is ook de kernwaarde van de religieuze orde die Franciscus heeft gesticht.

E expo kerststal 06 0000 GRO0212 I 01
Detail uit: Anonieme meester, ‘Aanbidding door de herders en de Wijzen en Elisa en de kruik met olie’, olieverf op paneel, eerste kwart 16de eeuw. Collectie Groeningenmuseum. Foto: Dominique Provost.

De os en de ezel

In het geboorteverhaal van de evangelisten Lucas en Matteüs komt geen os of ezel voor. In het levende kersttafereel van Franciscus en in bijna alle kerststallen nadien zijn het vaste figuranten geworden. Voor de ezel is een logische verklaring. Maria en Jozef reisden van Nazareth naar Bethlehem. Dat is zo’n 120 kilometer, veel te ver voor een zwangere vrouw om wandelend af te leggen. In latere niet-officiële of zogenaamde apocriefe evangeliën reist Maria op een ezel en heeft Jozef een os bij om onderweg te verkopen. In de stal of grot – naargelang het verhaal – aanbidden zij de pasgeboren Jezus en houden zij hem warm met hun adem. De ezel zit vaak met zijn kop in de voederbak, terwijl de os het kind aanschouwt. Dit is een verwijzing naar een voorspelling van de profeet Jesaja: “Een os herkent zijn meester, een ezel zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid (Jesaja 1:3)”. In de populaire middeleeuwse legendenverzameling de Legenda Aurea (1259-1266) komt dit verhaal herhaaldelijk terug. En, op die manier nestelen de ezel en de os zich ook in de christelijke iconografie.

E expo kerststal 07 V O 0115
Retabelfragment van eikenhout, geboortetafereel, circa 1490. Collectie Gruuthusemuseum, inv. V.O.0115. Foto: Dominique Provost

Kerstretabels

Vanuit Italië verspreidt zich het idee om kerststallen op te stellen in kerken. Het kerstverhaal werd ook opgevoerd in liturgische toneelstukken in de kerk of op pleinen en tijdens processies, zoals de Heilig Bloedprocessie in Brugge. Deze zogenaamde 'mysteriespelen' beïnvloeden de voorstelling van de kerststal in de beeldende kunsten. Een andere manier om de geboorte van Christus aanschouwelijk te maken voor de massa van ongeletterde gelovigen, zijn de reliëfvoorstellingen op kerkportalen en altaarretabels. Deze gebeeldhouwde retabels worden in de 15e eeuw alsmaar gedetailleerder en levensechter. Helaas hebben weinig retabels de Beeldenstormen van de 16e eeuw overleefd.

Een mooi voorbeeld dat wel bewaard is gebleven, is dit 15e-eeuwse retabelfragment uit de Gruuthusecollectie. Jezus’ geboorte vindt plaats in een uit planken, balken en riet gebouwde stal. Het naakte Jezuskind ligt op een strobed, geflankeerd door zijn ouders, twee herders en een herderin, allemaal in biddende houding. De ezel en de os kijken toe vanop de achtergrond. Net als bij Franciscus' levende kerststal toont dit retabelfragment de armoedige omstandigheden van Jezus’ geboorte. Jezus is een gewoon, naakt kind. Alleen de aanwezigheid van engelen verwijst naar zijn goddelijke natuur. Het retabelfragment is afkomstig uit Ieper en zou in 1914 uit het brandende puin zijn gered. Zeker is dat het retabelfragment grondig werd gerestaureerd. Om de waarde op de kunstmarkt te verhogen werden valse Antwerpse merken aangebracht.

E expo kerststal 08 V O 0111
Retabelfragment van eikenhout, geboortetafereel, 16de eeuw. Collectie Gruuthusemuseum, inv. V.O.0111. Foto: Dominique Provost

Vroedvrouw van Maria

In de vernieuwde opstelling van het Gruuthusemuseum staat het voorgaande retabelfragment zij aan zij met een ander reliëfbeeldhouwwerk, dat de aanbidding door de herders voorstelt. Ook dit beeldhouwwerk maakte deel uit van een retabel. Opvallend is de geknielde vrouwelijke figuur links van Maria. Haar rechterhand lijkt verlamd. Wellicht gaat het om Salomé, die opduikt in het apocriefe Proto-evangelie van Jacobus (midden 2e eeuw). In dit verhaal wordt Maria bijgestaan door een vroedvrouw. Na de bevalling gaat de vroedvrouw weg en vertelt aan Salomé dat een maagd een kind heeft gebaard. Salomé gelooft haar niet en wil de maagdelijkheid van Maria onderzoeken. Wanneer zij haar hand uitsteekt, verschroeit die. Als zij berouw heeft, zegt een engel haar, dat zij het kind moet aanraken. Haar hand wordt genezen. In middeleeuwse legenden wordt Salomé vaak voorgesteld als vroedvrouw en is haar hand verlamd.

E expo kerststal 09 O SJ0081
Kerstwiegje, 1425-1450, hout, gepolychromeerd en verguld. Collectie Sint-Janshospitaal. Foto: Stadsfotografen.

Kerstwiegjes

Al deze verhalen over de geboorte van Christus beantwoorden aan een behoefte van de middeleeuwse mens om mee te leven en te voelen met de arme Maria en Jozef. In de 14e eeuw propageren mystici en religieuze influencers, zoals Jan van Ruusbroec (1293-1381) en Geert Grote (1340-1384) een meer gevoelsmatige en verinnerlijkte geloofsbeleving. Die drang tot verinnerlijking is ook aanwezig in de wiegceremonieën die op kerstavond in begijnhoven en vrouwenkloosters werden uitgevoerd. Begijnen en zusters schommelen een miniatuurwiegje met daarin een Jezus-popje, terwijl zij voorlezen of liedjes zingen.

In het Sint-Janshospitaal is een 15e-eeuws prachtexemplaar van zo’n kerstwiegje bewaard. Het wiegje hangt aan twee kettinkjes, zodat het kan schommelen. Op een kussentje ligt een delicaat zilveren beeldje van Jezus. Het verhaal gaat dat de jongste zuster op kerstnacht het wiegje op de schoot houdt. Met zulke rituelen verdiepen de zusters de emotionele beleving van hun geloof. Alle zusters worden als het ware heel even moeder. Ze projecteren hun kinderwens op het kindje in de wieg, zou je kunnen zeggen.

Petrus Christus 1983 GRO0020 I
Petrus Christus, ‘De aanbidding van het Jezuskind’, olieverf op paneel, 1452. Collectie Groeningemuseum, inv. 1983.GRO0020.I. Foto: Dominique Provost.

Realistische figuren

Datzelfde streven naar een meer persoonlijke en gevoelsmatige geloofsbeleving herkennen we in de schilderkunst van de Vlaamse Primitieven. Bij hen krijgen Jezus, Maria, bijbelse figuren en heiligen een realistisch, herkenbaar gezicht, alsof het mensen zijn als jij en ik. De taferelen spelen zich bovendien af in een herkenbare, eigentijdse setting. Dit alles maakt het voor de toeschouwers gemakkelijker om zich met de afgebeelde personages en taferelen te identificeren. We zien dit ook in de schilderijen die het kerstgebeuren weergeven.

Deze Aanbidding van het Jezuskind door de Brugse schilder Petrus Christus (circa 1425 – circa 1475) behoort tot een tweeluik. Het linkerpaneel toont de annunciatie of de aankondiging door aartsengel Gabriël aan Maria dat zij het leven zal schenken aan de zoon van God. Het rechterpaneel toont een stal met Maria en Jozef in aanbidding van de pasgeboren Jezus. Op de achtergrond strekt zich een glooiend landschap uit, met in de verte een stad. De compositie is evenwichtig en straalt sereniteit en verstilling uit. De tafereeltjes op het booggewelf leggen een verband tussen het geboorteverhaal uit het Nieuwe Testament en de verhalen uit het Oude Testament. De erfzonde - die start bij de zondeval (Adam en Eva), de offergave van Kaïn en de moord op Abel - wordt afgelost door de menswording van Christus. Het is duidelijk dat dit schilderij vooral wil aanzetten tot contemplatie en privé-devotie.

E expo kerststal 11 1983 GRO0019 I 0020 I
Detail uit Petrus Christus, ‘De aanbidding van het Jezuskind’, olieverf op paneel, 1452. Collectie Groeningemuseum, inv. 1983.GRO0020.I. Foto: Dominique Provost.

Oude Jozef

Let ook even op het leeftijdsverschil tussen Maria en Jozef. Maria is een jonge, mooie vrouw met golvend blond haar. Jozef is afgebeeld als een kale, grijzende man die leunt op een stok. In de bijbel zoek je tevergeefs naar een leeftijdsaanduiding van het echtpaar. In populaire middeleeuwse geschriften, zoals de Legenda Aurea of Gulden Legende van Jacobus de Voragine (1228-1298), wordt Jozef steevast geportretteerd als een oude man. Zo is er het verhaal van Maria die op twaalfjarige leeftijd door de hogepriesters wordt uitgehuwelijkt. Een mirakel wijst de oude timmerman Jozef aan als haar toekomstige echtgenoot. Terwijl Jozef maandenlang afwezig is voor een bouwopdracht, wordt Maria zwanger. Gelukkig weet een engel en een godsoordeel Jozef en de priesters te overtuigen dat er geen sprake is van overspel. Dit verhaal duikt al op in het 2e-eeuwse apocriefe Proto-evangelie van Jacobus, en keert terug in middeleeuwse legendeverzamelingen, zoals de Legenda Aurea. De hoge ouderdom van Jozef moet vooral de maagdelijke zwangerschap van Maria geloofwaardig maken.

E expo kerststal 13 SJ0173
Detail uit Hans Memling, ‘Drieluik met de Aanbidding der Wijzen, Triptiek van Jan Floreins’, olieverf op paneel, 1479. Collectie Sint-Janshospitaal. Foto: Dominique Provost

Jonge, blonde Maria

De Jozeffiguur op Hans Memlings Triptiek van Jan Floreins toont veel gelijkenissen met die van Petrus Christus. Memling beeldt de oude man Jozef af met een kaars in de hand, een verwijzing naar de Revelationes of Visioenen van Brigitta van Zweden (1303-1373). In haar droombeeld over de geboorte van Jezus verlaat Jozef de grot wanneer Maria op het punt staat te bevallen. Na de (pijnloze) bevalling keert hij terug met een kaars in zijn hand, maar het kindje Jezus straalt zo helder en puur dat elke andere lichtbron wordt overstemd. Brigitta van Zweden beschrijft Maria ook als een mooie jonge vrouw. Net voor de bevalling, neemt zij haar sluier weg om genoeg stof te hebben om de baby in te wikkelen. Haar prachtig goudblond haar valt los over haar schouders. Dat is precies hoe Memling Maria op dit schilderij afbeeldt.

E expo kerststal 14 0000 GRO0212 I
Anonieme meester, ‘Aanbidding door de herders en de Wijzen en Elisa en de kruik met olie’, olieverf op paneel, eerste kwart 16de eeuw. Collectie Groeningenmuseum, inv. 0000.GRO0212.I-0213.I Foto: Dominique Provost.

Lichtgevende baby

Het gloeiende, lichtgevende kindje Jezus uit het visioen van Brigitta van Zweden is prachtig weergegeven op dit paneel van een Brugse anonieme meester uit de 16e eeuw. Centraal zien we Jezus in de kribbe die als een stralende lichtbron het gelaat en de blonde haren van Maria belicht. Jozef houdt een kaars vast. De engelen lijken het licht te weerkaatsen. De ezel en de os kijken van nabij toe. De herders op de achtergrond staan in het halfdonker. We zien hier een mooi spel van licht en donker (clair-obscur), een techniek die later in de barokkunst nog veel zal worden gebruikt om een dramatisch effect te creëren. Op de achtergrond verkondigt een engel de blijde boodschap aan een groep herders. Hier herhaalt zich het spel van licht en donker met de engel en vuur van de herders als lichtbron.

E expo kerststal 15 0000 GRO0213 I
Anonieme meester, ‘Aanbidding door de herders en de Wijzen en Elisa en de kruik met olie’, olieverf op paneel, eerste kwart 16de eeuw. Collectie Groeningenmuseum, inv. 0000.GRO0212.I-0213.I Foto: Dominique Provost.

Van wijzen tot driekoningen

Het paneel maakte oorspronkelijk deel uit van een triptiek. Het verloren gegane middenpaneel werd geflankeerd door de Aanbidding door de herders aan de linkerzijde en de Aanbidding door de wijzen aan de rechterzijde. In de kerststallen, die we vandaag onder kerstbomen plaatsen, staan de herders meestal zij aan zij met de drie wijzen of koningen. In de christelijke kunst zal je dit zelden tegenkomen. De reden is simpel: het gaat over twee verschillende gebeurtenissen uit twee verschillende evangeliën die op verschillende data worden gevierd en een verschillende betekenis hebben.

E expo kerststal 16 0000 GRO0221
Meester van de Brugse Aanbidding, ‘Aanbidding door de wijzen’, olieverf op paneel, eerste helft 16de eeuw. Groeningemuseum, inv. 0000.GRO0221.I. Foto: Dominique Provost.

Balthasar, Melchior en Caspar

In het evangelie van Lucas staat dat een engel het goede nieuws van de geboorte van de messias eerst bracht aan herders die in de nabijheid de nacht doorbrachten om over hun kudde te waken. Van drie koningen is in de bijbel geen sprake. Wel heeft Mattheüs het over magiërs (astrologen of wijzen) uit het Oosten die een ster volgden naar Bethlehem om eer te bewijzen aan de ‘pasgeboren koning van de Joden’. Zij boden het kind geschenken aan: goud, wierrook en mirre. Aan de hand van deze drie geschenken ging kerkhistoricus Origenes (185-254) ervan uit dat ze met drie waren. Later, omstreeks 500, krijgen zij ook namen. Die van Melchior, Balthasar en Caspar halen de bovenhand in het Westerse christendom. De Angelsaksische monnik en geschiedschrijver Beda Venerabilis (672-735) voegt nog extra elementen toe aan het verhaal. Volgens Beda vertegenwoordigen de drie koningen de drie leeftijden en de drie destijds bekende werelddelen. Melchior, de grijsaard, komt uit Europa en biedt het goud aan. De volwassen Balthasar, afgezante uit Azië, schenkt mirre en de jonge, zwarte Caspar uit Afrika offert wierook.

E expo kerststal 17 SJ0173
Detail uit Hans Memling, ‘Drieluik met de Aanbidding der Wijzen, Triptiek van Jan Floreins’, olieverf op paneel, 1479. Collectie Sint-Janshospitaal. Foto: Dominique Provost

Extravagante koningen

En, zo treffen we de wijzen ook aan op de schilderijen in de Brugse musea en kerken. Hans Memling schildert de drie koningen als herkenbare figuren uit zijn tijd en plaatst hen in een Vlaams decor. Op de achtergrond zien we een stadspoort en enkele ruiters, waarvan er een op een kameel zit. De koningen zijn modieus uitgedost met kostbare stoffen en edelstenen en hebben gouden geschenken bij. Uit eerbied nemen zij hun hoed af.

De aanbidding door de herders en de aanbidding door de wijzen tonen twee gezichten van dezelfde kerk: de kerk als een rijk en machtig instituut enerzijds, nauw vervlochten met het wereldse establishment en de kerk van de evangelische armoede anderzijds, die het opneemt voor de armen en meest kwetsbaren. De laatsten kunnen zich identificeren met de herders, terwijl de rijken en machtigen zich kunnen inleven in de pronkerige koningen. De tegenstelling rijk-arm typeert de hele geschiedenis van de christelijke kerk en leidt herhaaldelijk tot spanningen en scheuringen.

E expo kerststal 19 OTP
Detail uit Anonieme meester, ‘Drieluik met de Aanbidding der Wijzen, de Vlucht naar Egypte, de Geboorte’, olieverf op paneel, eerste helft 16de eeuw. Collectie OLV-ter-Potterie, inv. O.OTP0049.I. Foto: stadsfotografen.

Exotisme

Het thema van de drie koningen leent zich uitstekend tot de uitbeelding van het exotische. In het kosmopolitische Brugge van de 15e en begin 16e eeuw ontmoeten kooplui en handelaren uit heel Europa elkaar. Zij brengen goederen, specerijen en verhalen mee uit nog verdere oorden. Kunstenaars zijn niet ongevoelig voor deze invloeden. De Aanbidding van de wijzen gaf hen een goed excuus om uitheemse klederdrachten, hoofdtooien en sieraden weer te geven. Met de zwarte koning Caspar doet ook de eerste kleurling zijn intrede in de Vlaamse schilderkunst.

E expo kerststal 20 0000 GRO0114 I
Predella van Pieter Pourbus, ‘Taferelen uit het leven van Christus’, olieverf op doek gekleefd op paneel, 1570. Collectie Groeningemuseum, inv. 0000_GRO0114_I. Foto: Dominique Provost.

Een stal in een ruïne

Met de opkomst van de renaissance verandert de setting van het kerstgebeuren. In het voetstuk of predella van het altaarstuk De taferelen uit leven van Christus (1570) plaatst Pieter Pourbus de stal, waarin Jezus is geboren, in een antieke ruïne. Dit is niet zomaar 'spielerei' van een renaissance-kunstenaar die antieke elementen wil integreren in het kerstverhaal. In de 14e-eeuwse Meditaties over het leven van Christus schrijft een anonieme franciscaan (later Pseudo-Bonaventura genoemd) dat Maria even leunde tegen een zuil, voordat zij het kindje baarde. Die zuil treffen we ook aan op oudere voorstellingen van de aanbiddingen door de herders en de wijzen. Volgens een legende was de stal, waar Jezus in geboren werd, opgetrokken in de ruïne van wat ooit het paleis van koning David was. Het is een van de vele pogingen van theologen en religieuze schrijvers om het Oude en het Nieuwe Testament te verbinden. Op een anoniem schilderij uit het Sint-Janshospitaal (1545) speelt de aanbidding door de wijzen zich ook af in een ruïne.

Pourbus plaatst ook heel ostentatief een bundel korenaren naast de kribbe. Ook dit is niet toevallig. Het koren is een allusie op het stadje Bethlehem, wat in het Hebreeuws ‘Broodhuis’ betekent. Tegelijk kan het korenaren verwijzen naar het brood, dat in de eucharistie op miraculeuze wijze transformeert tot het lichaam van Jezus.

E expo kerststal 21 O OTP0175 I 2
Jacob Van Oost de Oude, ‘Aanbidding van de herders’, olieverf op doek, circa 1645. Collectie OLV-ter-Potterie, inv. O.OTP0175.I. Foto: Dominique Provost.

Barokke uitbundigheid

Opvallend is ook de dynamiek in Pourbus’ voorstelling van de aanbidding door de herders. De figuren zijn niet verstild of geposeerd zoals bij Hans Memling en Petrus Christus. Nee, de herders spurten naar binnen om het goddelijke kind te aanschouwen. Die dynamiek versterkt nog in de barokkunst. Ook de kerstvoorstellingen zijn uitbundiger en expressiever. Maria wordt geportretteerd als een vrouw van vlees en bloed, die vertederd naar haar kind kijkt of hem de borst geeft. Zij draagt vaak een rood kleed, de kleur van het bloed en de aarde, dat contrasteert met haar blauwe mantel, dat het hemelse en haar puurheid symboliseert. In middeleeuwse voorstelling combineert Maria de blauwe mantel eerder met een wit of groen kleed, terwijl Jozef meer aardse kleuren zoals rood en bruin draagt.

E expo kerststal 22 0000 GRO6063 III
Jacques Callot, ‘Aanbidding door de wijzen’, ets, circa 1621-1635. Collectie Steinmetzkabinet, inv. 0000.GRO6063.III. Foto: Dominique Provost.

Het geloof inprenten

Het Concilie van Trente (1536-1545) en de contrareformatie geven een extra boost aan de verspreiding van de kerststal. Als reactie op de meer nuchtere benadering en bijbelstudie van de protestanten, legt de Katholieke Kerk nog meer de nadruk op het levendig uitbeelden van gebeurtenissen uit de bijbel en uit het leven van heiligen. Schilderijen, beelden en prenten moeten de ongeletterde massa helpen het geloof beter te begrijpen en ‘in te beelden’. In die context stellen Jezuïeten vanaf de 17e eeuw ook kersstallen op in hun kerken. Het moet spectaculair ogen en tot de emoties van de toeschouwers spreken.

Door hun snelle verspreiding zijn gedrukte prenten een ideaal medium in het herkersteningsoffensief van de katholieke Kerk. De aanbidding door de wijzen blijft een dankbaar thema. De Franse tekenaar en graveur Jacques Callot (1592-1636) laat in deze prent zijn verbeelding helemaal los. Op de voorgrond zit de stralende Maria in een ruïne. Jezus staat op haar schoot en reikt enthousiast uit naar de geschenken van de drie koningen. De oude Jozef kijkt toe, terwijl op de achtergrond een eindeloos colonne van het koninklijke gevolg toestroomt met kamelen en olifanten.

E expo kerststal 23 0013 GRO0009 III
Jan Harmensz Muller, ‘Aanbidding door de wijzen’, gravure, 1598. Collectie Steinmetzkabinet, 0000.GRO0009_III.

Ongebreidelde fantasie

Evenveel fantasie zien we bij de Aanbidding door de wijzen (1598) van de Amsterdamse prentenmaker Jan Harmensz. Muller. Alle stereotypen zijn aanwezig: de stal in een ruïne, de os die omkijk naar Christus, terwijl de ezel enkel oog heeft voor de voederbak, het lichtgevend kindje Jezus, de drie koningen in exotische klederdracht… Het ‘kleurrijke’ koninklijke gevolg en de stralende ster van Bethlehem zorgen voor extra spektakel.

E expo kerststal 24 0000 GRO1162 01 III
Frank Brangwyn, ‘De geboorte van Christus nr. 1’, zinkets op papier, 1912. Collectie Steinmetzkabinet, inv. 0000_GRO1162_01_III. Foto: Dominique Provost.

Een eigentijds kerstverhaal

Prenten blijven een belangrijke rol vervullen in het verspreiden van het stereotype beeld van de kerststal. Sommige kunstenaars geven er een eigen draai aan. De in Brugge geboren Britse kunstenaar Frank Brangwyn (1867-1956) laat op deze prent uit 1912 de geboorte van Christus plaatsvinden onder een houten wenteltrap. Net als de Vlaamse Primitieven kiest hij voor een eigentijds decor met figuren in eigentijdse kledij. De herders lijken hier vervangen te zijn door haveloze voorbijgangers in een godvergeten oord. Op die manier actualiseert Brangwyn de essentie van het kerstverhaal uit het evangelie van Lucas, waarin Maria en Jozef geen overnachtingsplaats vinden en Maria op een willekeurige plaats bevalt.

Schoolplaat Kerstmis nr 11
Jos Speybrouck, ‘Schoolplaat ‘Aanbidding door de herders’, 1923-1934. Collectie Volkskundemuseum, geen inv.nr. Foto: An Verbruggen.

Aanschouwelijk onderwijs

Een groter contrast met deze schoolplaat, gedrukt in de Brugse Sint-Andriesabdij (1923-1934), kan er haast niet zijn. Het ontwerp is van de Kortrijkse kunstenaar Jozef Speybrouck. Zijn geïllustreerde Bijbelverhalen in art-nouveaustijl staan vol theatrale symboliek. Vanaf het midden van de 19de eeuw gebruiken onderwijzers wandplaten om de leerstof meer aanschouwelijk te maken. De ontwikkeling van de steendruk maakt het mogelijk om prenten in grote oplagen te reproduceren. Tot de leerstof hoort ook de bijbel en natuurlijk het kerstverhaal. Bij de prent vertelt de meester of juffrouw een verhaal. Deze vorm van aanschouwelijk onderwijs blijft tot in de jaren 1960 bestaan. Schoolplaten hebben op die manier ervoor gezorgd dat het doorheen eeuwen overgeleverde kerstverhaal met de daar bijhorende beeldvorming tot vrij recent is ‘ingeprent’ in de jonge geesten.

Meer weten?

Benoit Kervyn, Kerst: iconografie en symboliek. Tentoonstellingscatalogus voor tentoonstelling in Sint-Salvatorskathedraal (1 december 2006 – 7 januari 2007). Brugge, 2006.

Geza Vermes, The Nativity: History and Legend, London, Penguin, 2006.

Martien J. G de Jong, Kerstfeest in de Middeleeuwen: geschilderd en geschreven, Davidsfonds, Leuven, 2001.

Hans Geybels (red), Heiligen en tradities in Vlaanderen. Herfst en winter. Davidsfonds Uitgeverij, 2018.

Raoul Bauer, Tussen rampspoed en vernieuwing. Een Europese cultuurgeschiedenis van de veertiende en de vijftiende eeuw. Pelckmans, 2004.

Online bronnen

Sermons of St Bernard on Advent & Christmas, Chicago, 1909

De Openbaringen van de Heilige Birgitta van Zweden - De teksten van haar openbaringen zijn onder meer hier te lezen.

Het verhaal van Thomas van Celano over de kerstgrot van Franciscus van Assisi

Webpublicatie Exotische Primitieven (Elviera Velghe)