Op donderdag 26 mei (O.L.H.-Hemelvaart) zijn onze musea gesloten in de namiddag.

Sluiten

E-tentoonstelling

Blauw

Een aparte kijk op de objecten van Musea Brugge. Bekende en minder bekende stukken worden hier samengebracht op basis van de aanwezigheid van één bepaalde kleur.

Deze e-tentoonstelling gaat over blauw. De kleur van uitgestrekte oceanen en de ongrijpbare, oneindige hemel, met connotaties zoals spiritualiteit en melancholie. We belichten hier een paar facetten van de symboliek van de kleur blauw.

Daarnaast gaan we in op de materiaaltechnische aspecten van enkele blauwe grondstoffen en pigmenten. Welke materialen zijn er precies gebruikt? Met welke technieken is de kleur gemaakt?

Door Guenevere Souffreau

E expo blauw Vander Goes
Detail uit: Hugo van der Goes, ‘Dood van Maria’, ca. 1475, olieverf op paneel, 147.8 x 122.5 cm (excl. lijst), inv. 0000.GRO0204.I, © Musea Brugge, www.artinflanders.be, foto Hugo Maertens

Mariaal blauw

Een van de schilderijen in de collectie van Musea Brugge waar de kleur blauw erg opvalt, is de ‘Dood van Maria’ door Hugo van der Goes. De kledij van Maria zelf heeft het diepste en meest intense blauw. Lichte en donkere echo’s zijn te zien in het blauw van de gewaden van Christus en de engelen die boven Maria verschijnen, in de gewaden van enkele apostelen en in de draperingen op en achter haar doodsbed.

De associatie van blauw met de Maagd Maria is ontstaan in de late middeleeuwen en leeft nog steeds. De initiële reden is onzeker. Waarschijnlijk zijn er verschillende verklaringen. In de oudheid werd blauw niet als een echte afzonderlijke kleur beschouwd, eerder als een soort zwart. In de middeleeuwen werd blauw een rouwkleur. Zo symboliseert de blauwe mantel van Maria de rouw om haar gestorven zoon. De kleur staat daarnaast ook voor het hemelse en goddelijke, in tegenstelling tot rood dat het aardse verzinnebeeldt. Maria’s blauwe kledij refereert aan haar onthechting van het wereldse en haar opname in het hemelrijk.

E expo blauw 02 0000 GRO0054 I 700x700
Balthasar Richard de Hooghe, ‘Landschap’, tweede helft 17e eeuw, gouache op papier gekleefd op paneel, 9.2 cm (diameter excl. lijst), inv. 0000.GRO0054.I, © Musea Brugge, www.artinflanders.be, foto Hugo Maertens

Atmosferisch perspectief

Hoe verder weg een object is, hoe blauwer en bleker het voor ons lijkt. Dat is een optisch effect. Het witte licht van de zon, dat alle kleuren van de regenboog omvat, wordt verstrooid in de atmosfeer van de aarde. Blauw heeft de kortste golflengte en wordt het meeste verstrooid. Daarom lijkt de hemel blauw te zijn. Wanneer er veel vocht of vuil in de lucht zit, is de verstrooiing gelijkmatiger en lijkt de lucht lichter blauw of wit.

Schilders maken al eeuwenlang gebruik van dit effect om diepte te suggereren via kleur. Deze techniek heet ‘atmosferisch perspectief’. Verre landschappen zijn in koele blauwe tinten geschilderd, dichterbij bevinden zich voornamelijk groene schakeringen, en op de voorgrond vooral bruine. De Vlaamse primitieven pasten dit al toe in de landschappen op de achtergronden van hun religieuze taferelen en portretten. In de zestiende eeuw ontstond het landschap als zelfstandig schilderij. Dit kleine landschapsschilderij, van amper 9 cm diameter, is geschilderd door een zeventiende-eeuwse Brugse cisterciënzermonnik in de Duinenabdij.

E expo blauw 03 1985 GRO0001 I 700x700
William Degouve de Nuncques, ‘Nacht in Venetië’, 1895, olieverf op doek, 60 x 34 cm (excl. lijst), inv. 1985.GRO0001.I, © Musea Brugge, www.artinflanders.be, foto Hugo Maertens

Symbolisme

De kleur blauw evoceert oneindigheid en rust. Tegelijkertijd roept het een sfeer van melancholie op. De symbolistische schilder William Degouve de Nuncques dompelde dit hele schilderij in een zachte blauwe waas. Het stelt de nacht in Venetië voor. Zoals in de werkelijke nacht, moet de kijker de ogen even laten wennen om de details in het op het eerste gezicht bijna monochrome schilderij te kunnen onderscheiden. Enkele gondellampen worden weerspiegeld in het water. De raamcontouren van een palazzo lichten iets helderder op in het zwakke maanlicht.

Verstilling en rust, weemoed en dromerigheid, vervreemding, mysterie en fantasie. Het zijn allemaal associaties die opgeroepen worden door de kleur blauw. Het zijn ook de gevoelens die de symbolistische kunstenaars in hun werk integreren. De symbolisten creëren kunst die zich richt op spiritualiteit, intuïtie en het onderbewuste. Als tegengewicht tegen het realisme en naturalisme, in een wereld waarin moderne technologie, wetenschap en industrie de bovenhand hebben.

E expo blauw 04 quote 1985 GRO0001 I 2000x840 2

'Le bleu n’a pas de dimensions. Il est hors de dimensions, tandis que les autres couleurs elles, en ont. Ce sont des espaces psychologiques. Le rouge, par exemple, présuppose un foyer dégageant de la chaleur. Toutes les couleurs amènent des associations d’idées concrètes, matérielles ou tangibles d’une manière psychologique, tandis que le bleu rappelle tout au plus la mer et le ciel, ce qu’il y a après tout de plus abstrait dans la nature tangible et visible.'

'Blauw heeft geen dimensies, het gaat voorbij de dimensies, in tegenstelling tot de andere kleuren. Dat zijn psychologische ruimtes; rood bijvoorbeeld, suggereert een haard die warmte geeft. Alle kleuren roepen specifieke associaties op van concrete materiële zaken, terwijl blauw hoogstens aan de zee en de lucht herinnert, wat het meest abstracte is in de tastbare en zichtbare natuur.' | Yves Klein
E expo blauw 05 VI O 0303 700x700
Wapenschild van Jacob van Bourbon, ca. 1450-1468, blauwe kalksteen, 37.5 x 42 x 12 cm, inv. VI.O.0303, © Musea Brugge, www.artinflanders.be

Blauwe steen

Dit is het wapenschild van Jacob van Bourbon (1444/5-1468), zoon van hertog Karel I van Bourbon (1401-1456). Zijn moeder, hertogin Agnès van Bourgondië (1407-1476), was de zus van Filips de Goede. Jacob werd op 14 mei 1468 opgenomen in de Orde van het Gulden Vlies. Een week later, op 22 of 23 mei overleed hij. Hij werd vermoedelijk begraven in de Sint-Donaaskerk in Brugge.

Het wapen is gehouwen uit zogenaamde blauwe steen. Deze steensoort wordt nog steeds op verschillende plaatsen in Wallonië ontgonnen. Onder de algemene term ‘blauwe steen’ vallen drie verschillende kalksteensoorten: Belgische blauwe hardsteen (ook wel arduin of ‘petit granit’ genoemd), Maaskalksteen en Doornikse steen. Kalksteen bestaat grotendeels uit het mineraal calciet, wat voornamelijk calciumcarbonaat is (CaCO3). Het is een afzettingsgesteente, het ontstaat door de opeenstapeling van kalkhoudende overblijfselen van zee-organismen. Blauwe hardsteen bevat voornamelijk de fossiele restanten van zeelelies. De blauwe kleur van de steen komt van de fijn verspreide plantaardige, koolstofhoudende resten.

E expo blauw 06 BR04 PH 9 1 A 73 700x700
Hanger in de vorm van een toren, 1600-1650, goud en saffier, 2 x 0.7 cm, opgegraven in Brugge, inv. BR04/PH/9/1/A/73, © Raakvlak

Saffierblauw

De edelsteen die vervat zit in dit torenvormige gouden juweel is een saffier. Het werd gevonden tijdens opgravingen aan het Prinsenhof in Brugge. Het bevond zich in een zeventiende-eeuwse laag van een beerput. De helderblauwe saffier wordt geassocieerd met wijsheid en sereniteit, met hemelse krachten en meditatie, met vroomheid en trouw.

Een blauwe saffier is een type korund, een erg harde mineraalsoort die bestaat uit aluminiumoxide (Al2O3). Er bestaan ook dieprode korunds, dat heten dan robijnen. Alle korunds met een andere kleur dan blauw of rood worden eveneens saffieren genoemd.

De blauwe kleur van een saffier ontstaat op een opmerkelijke manier. Elektronen van in de steen aanwezige ijzer- of titaniumionen verplaatsen zich. Ze gebruiken daarvoor de energie van geel licht. Wanneer dat gele licht van het zichtbare witte licht wordt onttrokken, blijft het complementaire blauwe licht over. Daarom zien we de saffier dus als een blauwe steen. Gelijkaardige processen liggen ook aan de basis van de kleur van verschillende pigmenten, zoals ultramarijn en Pruisisch blauw.

E expo blauw 07 BMV 03732 b 700x700
Rozenkrans in etui, ca. 1901-1980, Frankrijk, turkoois, koperlegering, ijzer, leder en kunststof, 47.2 cm (lengte), inv. BMV.03732, © Musea Brugge, www.artinflanders.be

Turkoois

Bij de vervaardiging van dit Rooms-Katholieke bidsnoer zijn de blauwe stenen ongetwijfeld gekozen wegens de associatie met het hemelse in het algemeen en Maria in het bijzonder. Een rozenkrans wordt gebruikt bij het maken van een rozenkransgebed. Elke kraal van het bidsnoer staat voor een specifiek gebed of meditatie. 53 van de 59 kralen staan voor een Weesgegroet, het gebed gericht aan Maria.

Variërend van hemelsblauw tot groenblauw en groen, gewoonlijk ondoorzichtig en met een wasachtige glans in gepolijste vorm. Turkoois is al eeuwenlang bekend en geliefd in de meest uiteenlopende culturen, zoals het oude Egypte en de Azteken. De benaming ‘turkoois’ dateert pas uit de zeventiende eeuw en is afgeleid van het Frans, waarmee verwezen wordt naar de Turkse herkomst van de toen in Europa geïmporteerde stenen.

Het secundaire mineraal turkoois is een gehydrateerd fosfaat van koper en aluminium (met de chemische formule CuAl6(PO4)4(OH)8.4(H2O)). Het wordt gevormd door de verwering en oxidatie van andere mineralen, vaak in koperafzettingen. Voornamelijk koper geeft aan turkoois haar blauwe kleur.

E expo blauw 08 JA92 KS 1 10B 1 b 2000x860
Halsketting, Midden-Romeinse periode (ca. 100-250), glas, 309 kralen, opgegraven in Jabbeke, inv. JA92/KS/1/10B/1, © Raakvlak

Imitatie

Tijdens de jaren 1990 zijn in Jabbeke een tiental Romeinse brandrestengraven opgegraven. In de meeste graven was in een nis aardewerk als grafgift geplaatst. In één nis trof men daarnaast de resten van een halsketting aan. Er zijn 239 blauwe kralen en 70 blauw-wit-oranje kralen gevonden. Alhoewel het net stenen lijken, zijn de kralen gemaakt uit glas. Waarmee dit glas precies is blauwgekleurd, is nog niet onderzocht.

Zeldzame edelstenen worden al duizenden jaren nagemaakt in glas. Het zijn waarschijnlijk de Egyptenaren die voor het eerst glas produceerden. De Egyptenaren gingen bovendien op zoek naar een manier om de kleur blauw te maken. Blauwe edelstenen zoals lapis lazuli of turkoois waren immers erg duur. Ongeveer 4.500 jaar geleden slaagden de Egyptenaren erin om het eerste synthetische pigment te maken, een helderblauw. Ze noemden het ‘ḫsbḏ-ỉrjt’, wat ‘artificieel lapis lazuli’ betekent. Het pigment is een calcium kopersilicaat (CaCuSi4O10), dat waarschijnlijk gemaakt werd door zand, koper, calcium en natron te vermengen en te verhitten. De Egyptenaren gebruikten het onder meer in schilderingen op steen, hout, pleister, papyrus en textiel, en bij de vervaardiging van keramiek, inlegwerk, zegels en kralen. De kleur bewaart opmerkelijk goed.

In de Romeinse periode werd het pigment bijzonder populair, ook buiten Egypte. Maar, dat lijkt plots te stoppen vanaf de vierde eeuw. Er wordt aangenomen dat zowel het pigment als de productiemethode werden vergeten. Opmerkelijk genoeg werd het pigment recent wel teruggevonden in een schilderij van de Italiaanse renaissanceschilder Rafaël. In het begin van de negentiende eeuw kwam de kleur opnieuw onder de aandacht. De samenstelling ervan werd achterhaald en het pigment kreeg de naam ‘Egyptisch blauw’.

E expo blauw 09 O OTP 0836 X 700x700
Vat voor heilig oliesel, ca. 1770-1800, glas, zilver en hout, 7.6 x 8.5 x 8.5 cm, inv. O.OTP0836.X, © Musea Brugge, www.artinflanders.be

Kobaltblauw glas

De heldere, diepblauwe kleur wijst erop dat dit glas gekleurd is met kobalt. Het is een vat voor heilig oliesel, gebruikt bij de ziekenzalving, een Rooms-Katholiek sacrament dat gegeven wordt aan zieken en stervenden. Het glas ligt in een zilveren houder die versierd is in de vrij strakke, classicistische Lodewijk XVI-stijl.

Om glas een heldere, maar diep verzadigde blauwe kleur te geven, wordt sinds de middeleeuwen kobalt toegevoegd, meestal onder de vorm van kobaltoxide. Vooral in de zestiende tot de achttiende eeuw werd kobalt gebruikt om schilderspigment te maken. Dat pigment heet smalt, van het Italiaanse ‘smaltere’, dat ‘smelten’ betekent. Het werd gemaakt door saffer (geroosterd kobalterts) samen met kwarts en alkali te versmelten. Door het vloeibare glas daarna in koud water te gieten, verbrokkelt het tot kleine stukken die verder vermalen worden. Maar, wanneer het te fijn wordt, wordt de kleur doffer. Vermengd met olie wordt de kleur na verloop van tijd grijs. Het pigment was een erg goedkoop en daarom toch populair alternatief voor het dure ultramarijn. Vanaf de negentiende eeuw, wanneer modern kobaltblauw en synthetisch ultramarijn beschikbaar komen, wordt smalt niet meer gebruikt.

E expo blauw 10 O OTP 0874 0875 XXI 700x700
Kruiken uit Delfts blauw, ca. 1700, aardewerk en tin, 16.5 x 7 cm en 19.5 x 7 cm, inv. O.OTP0874.XXI en O.OTP0875.XXI, © Musea Brugge, www.artinflanders.be, foto Dominique Provost

Delfts blauw

Het goedkope blauwe pigment smalt kent door de vele nadelen een erg tijdelijk gebruik als schilderspigment. Het is wat korrelig, het dekt niet goed, het verliest kleur wanneer het te fijn vermalen is en het verkleurt wanneer het in olieverf wordt vermengd. Maar als glazuur werkt het perfect.

In Chinees porselein wordt smalt of kobaltblauw al meer dan 1.000 jaar gebruikt als glazuur. Het is immers één van de weinige kleuren die bestand zijn tegen de hoge temperaturen waarop porselein moet gebakken worden. Bij porselein wordt kobaltblauw daarom als zogenaamde onderglazuur, op de nog ongebakken witte klei aangebracht. Na de bakking op hoge temperatuur krijgt het nog een transparante glazuurlaag, waardoor de blauwe kleur mooi bewaard blijft.

Deze twee kruiken zijn in Delfts blauw aardewerk. Ze imiteren Chinees K'ang-hsi porselein van rond 1700. Delfts blauw is geen porselein, maar niet-witbakkend aardewerk. Daarom wordt op de klei eerst een dekkende witte laag tinglazuur aangebracht. De kobaltblauwe versiering komt daarop. Pas na de tweede bakking, die op erg hoge temperaturen gebeurt, worden eventueel nog andere kleuren, die daar niet tegen bestand zijn, bijgeschilderd.

E expo blauw 11 BR99 J 1B 479 a 700x700
Kan, ca. 1725-1775, steengoed, 21.4 x 15.7 cm, opgegraven in Brugge, vervaardigd in Westerwald (Rijnland, Duitsland), inv. BR99/J/1B/479, © Raakvlak

Grijs-blauw steengoed

Kobaltblauw wordt niet alleen als glazuur gebruikt op Chinees porselein en Delfts blauwe faience. Het geeft ook de kenmerkende blauwe versiering aan Westerwald steengoed. Op het einde van de zestiende eeuw werd in Raeren en Siegburg de techniek ontwikkeld voor de productie van grijs steengoed met kobaltblauwe versiering. Rond 1600 trokken verschillende pottenbakkers naar het Westerwaldgebied, waar ze hun productie voortzetten. In de zeventiende-eeuwse bloeiperiode van het steengoed werden voornamelijk kruiken en drinkgerei vervaardigd voor de rijkere klasse.

Steengoed is gemaakt van klei die op veel hogere temperaturen kan worden gebakken dan aardewerk. Het ‘versintert’ en wordt daardoor ondoordringbaar voor vloeistoffen. Westerwald steengoed is gemaakt met fijne klei. Door de afwezigheid van ijzer bakt de klei niet rood, maar licht grijswit. Door tijdens het bakken extra zout of soda toe te voegen, krijgt het een glanzende, waterdichte laag, die bovendien bestand is tegen zuren. Naast het kobaltblauw, wordt vanaf het midden van de zeventiende eeuw ook met mangaanpaars versierd.

E expo blauw 12 col Beuck 1 1 A 117 a 700x700
Gesp, ca. 1175-1225, koperlegering en email, 3.1 x 5.4 cm, gevonden in Damme, vervaardigd in het Maasland of Limoges (?), inv. COL BEUCK/1/1/A/117, © Raakvlak

Blauw email

Email is gekleurde glazuur op metaalwerk. Gemalen glas wordt verhit tot het smelt. Het verhardt tot een stevige homogene laag. Bepaalde toevoegingen maken email harder, elastischer of geven het een kleur. Blauw email wordt, zoals bij glaswerk of glazuur, bekomen met behulp van kobalt of koper.

Deze gesp is gemaakt van een koperlegering en versierd met een dubbel bloemmotief in groen en blauw email. Hier en daar zitten nog resten van vergulding. De groeven op de beugel waren mogelijk ook gevuld met email. De gesp dateert uit de Romaanse periode, vermoedelijk van rond 1200, wanneer de Maaslandse edelsmeedkunst haar hoogtepunt kende. Maar, meer dan 600 kilometer zuidelijker, in de streek van Limoges (Frankrijk), werd op dat moment eveneens hoogstaand edelsmeedwerk vervaardigd.

Limogesedelsmeedwerk is vooral bekend om de gedetailleerde emailversieringen. De meeste objecten zijn vervaardigd in verguld koper. In de emaildecoraties van de vaak religieuze objecten is de kleur blauw opvallend aanwezig. Blauwe verf of edelstenen waren erg duur. Door het overdadige gebruik van blauw email gaven de edelsmeden nog meer allure aan hun verfijnde en luxueuze producten.

E expo blauw 13 O OTP1008 XVII 700x700
Wandtapijt ‘Annunciatie’, Brugge, 1639, wol, 368 x 380 cm, inv. O.OTP1008.XVII, © Musea Brugge, www.artinflanders.be, foto Dominique Provost

Wede en indigo

Dit Brugse wandtapijt toont de Annunciatie van de aartsengel Gabriël aan de Maagd Maria. Onder meer omwille van dit Mariale onderwerp bevat het tapijt veel blauw. Maria draagt een blauw bovengewaad, de tekst met de begroeting van Gabriël staat onderaan in een blauwe band, blauwe wolken met engelen, een blauw vergezicht door het raam rechts, …

Om wol blauw te verven, werd in de middeleeuwen wede (Isatis tinctoria) gebruikt. Uit deze plant kan een blauwe kleurstof worden gehaald. In Frankrijk stond dit bekend als ‘pastel’, afgeleid van de kleiachtige pasta die van de wedeplant gemaakt werd en die in de vorm van kleine bollen werd verhandeld. Het blauw van wede is relatief bleek. Nadat de Portugezen op het einde van de vijftiende eeuw de zeeroute naar India ontdekten, stopte het gebruik van wede bijna helemaal. Vanuit India werd vanaf dan massaal indigo geïmporteerd in Europa. De chemische samenstelling van de kleurstof in wede en in indigoplanten is precies hetzelfde en het pigment heet zelfs voor allebei ‘indigo’. Maar, gewonnen uit indigoplanten (Indigofera) geeft dit pigment een veel dieper en kleurvaster blauw.

E expo blauw 14 BMV 03221 a 700x700
Pelikan 4001 inktpot in originele verpakking, ca. 1957-1984, glas, kunststof, inkt en karton, 6.9 x 7.3 x 4.1 cm, BMV.03221, © Musea Brugge, www.artinflanders.be

Synthetische blauwe verfstoffen

Indigo werd eigenlijk al in de oudheid als luxeproduct vanuit India naar Zuid-Europa verhandeld. Vanaf de zestiende en zeker de zeventiende eeuw was het de belangrijkste blauwe textielverfstof. Tot er in de negentiende eeuw een kunstmatige vorm van indigo werd ontwikkeld uit het synthetische aniline. Dat productieproces bleek veel goedkoper. Tegen het begin van de Eerste Wereldoorlog had het synthetische indigo het natuurlijke indigo bijna helemaal vervangen. Synthetische indigo kennen we nu vooral als de kleurstof van blauwe jeans.

Ook schrijfinkten worden gemaakt met synthetische verfstoffen, meestal aniline. Deze inktpot bevat koningsblauwe inkt van het merk Pelikan. Koningsblauw was aanvankelijk een iets donkerder blauw, maar evolueerde vanaf het midden van de vorige eeuw tot een helder diepblauw. Speciaal aan koningsblauwe inkt is dat die gemakkelijk kan uitgewist worden met een inktwisser. Daarmee wordt de inkt, door middel van een chemische reactie, onzichtbaar gemaakt.

E expo blauw 15 0000 GRO1764 II 700x700
Detail uit: Johan van Lintelo, ‘Heilige Familie met Johannes de Doper’, 1619, pen in bruin, blauw gewassen en zwart krijt op papier, 23.7 x 21.6 cm, inv. 0000.GRO1764.II, © Musea Brugge, www.artinflanders.be, foto Dominique Provost

Blauw gewassen

De blauwe inkt op deze tekening is zo verdund met water dat ze bijna onzichtbaar wordt. De techniek van het schilderen met een sterk met water aangelengde inkt heet ‘wassen’. Via dergelijke ‘wassingen’ kunnen op een subtiele manier schaduwen worden aangebracht. Johan van Lintelo gebruikte in zijn tekeningen erg vaak lichtblauwe wassingen.

Deze minder bekende kunstenaar werkte als glasschilder in Bocholt (Duitsland). Vermoedelijk heeft hij daar, samen met zijn broer, het glazeniersbedrijf van zijn vader overgenomen. Veel van zijn tekeningen zijn dan ook in verband te brengen met glasramen. Waarschijnlijk gaat het dan om zogenaamde ‘modelli’ (enkelvoud: ‘modello’), modeltekeningen die ter goedkeuring aan een opdrachtgever worden voorgelegd. Van Lintelo ontwierp meestal glasramen voor niet-religieuze publieke of private plaatsen. Hier tekende hij een religieus tafereel in maniëristische stijl, met zijn karakteristieke schetsachtige, zinderende lijnvoering.

E expo blauw 16 692308a 700x700
Detail uit: Getijdenboek, laatste kwart 15de eeuw, perkament, leder en koper, 13.8 x 10 x 3.8 cm, inv. O.OTP0003.I, © Musea Brugge, www.artinflanders.be, foto Stad Brugge

Folium voor manuscripten

Naast wede en indigo waren in de middeleeuwen nog andere blauwe plantaardige verfstoffen bekend. Uit de zaden van de plant Crozophora tinctoria (giradol) werd vloeistof geperst waarin linnen weefsel werd gedrenkt. Door de doeken bloot te stellen aan ammoniakdampen krijgen ze een diepblauwe kleur. De doeken werden gedroogd en zo verhandeld. Om de kleur te gebruiken, werden stukjes van de doeken in een bindmiddel gelegd, waardoor de kleurstof erin oploste. Het pigment is bekend als folium. Een andere naam voor het pigment is turnsole, omdat de bloemen van de plant zich richten naar de zon.

Folium of turnsole werd alleen gebruikt voor schilderingen in manuscripten. Het pigment heeft een transparante, maar rijke kleur die kan variëren van rood, over paars tot blauw. Na het schilderen kan de blauwe kleur in paars veranderen. Na verloop van tijd werd folium enkel nog gebruikt voor schaduwpartijen. Traditionele en meer stabiele blauwe schilderspigmenten zoals indigo of ultramarijn werden eveneens en veelvuldig gebruikt in manuscripten.

E expo blauw 17 VDP 2000x860
Detail van de mantel van de heilige Donatius, uit: Jan van Eyck, ‘Madonna met kanunnik Joris van der Paele’, 1436, olieverf op paneel, 148 x 184 cm (incl. lijst), inv. 0000.GRO0161.I © Musea Brugge, foto: http://closertovaneyck.kikirpa.be

Traditionele schilderspigmenten

Een aantal traditionele blauwe schilderspigmenten - pigmenten die veel gebruikt werden tijdens de middeleeuwen en de vroegmoderne periode - zijn hierboven al aan bod gekomen: het plantaardige pigment indigo en smalt uit kobaltglas.

Het rijkste en bekendste blauwe schilderspigment is ongetwijfeld ultramarijn. De naam komt van het Latijnse ‘ultramarinus’, ‘van over de zee’. Het pigment wordt gehaald uit lapis lazuli, een gesteente dat voornamelijk te vinden is in Afghanistan. Dat zeldzame mineraal lazuriet moet een ingewikkeld proces ondergaan om tot pigment omgevormd te worden. Ultramarijn is daardoor heel kostbaar. De Egyptenaren gebruikten het al, maar vooral in de veertiende en vijftiende eeuw was het erg populair in manuscripten en paneelschilderijen. Door de exclusiviteit werd het voorbehouden voor de meest belangrijke blauwe zones in een afbeelding. In religieuze taferelen was dat bijvoorbeeld de mantel van de Maagd Maria. Omdat ultramarijn zo duur was, en bovendien lichtjes transparant, werd het vaak als bovenste glacislaag aangebracht bovenop een verflaag in een ander blauw pigment.

Dikwijls was die onderste blauwe laag geschilderd met azuriet. Azuriet is het meest gebruikte blauwe schilderspigment tijdens de middeleeuwen en de renaissance. Het mineraal is een natuurlijk kopercarbonaat dat in de natuur vaak voorkomt samen met het groene kopercarbonaat mineraal malachiet. Eigenlijk is malachiet een meer geoxideerde versie van azuriet. Dat betekent dat het pigment azuriet na verloop van tijd door oxidatie groen kan worden. Azuriet dekt beter dan ultramarijn, maar heeft een minder intense blauwe kleur. Azuriet is minder zeldzaam dan lapis lazuli en heeft een eenvoudiger productieproces, waardoor het veel goedkoper is.

E expo blauw 18 2004 GRO0001 I 700x700
Detail uit: James Ensor, ‘Icône - Portret van Eugène Demolder’, 1893, olie, potlood en gouache op paneel, 36 x 21 cm, inv. 2004.GRO0001.I, © Musea Brugge, www.artinflanders.be, foto Hugo Maertens

Moderne schilderspigmenten

Aan het begin van de achttiende eeuw werd in Berlijn bij toeval Pruisisch blauw uitgevonden tijdens experimenten met ijzeroxidatie. Dit donkerblauwe pigment wordt beschouwd als het eerste moderne pigment. Het was onmiddellijk erg geliefd bij schilders als betaalbaar alternatief voor het dure ultramarijn. Geleidelijk aan heeft het azuriet helemaal vervangen. Pruisisch blauw is vrij transparant en wordt daarom vooral als glacisverf gebruikt. Het heeft een sterke kleurkracht en het is bovendien niet toxisch. Het wordt zelfs gebruikt als medicijn bij bepaalde vergiftigingen.

Synthetisch kobaltblauw is vanaf het begin van de negentiende eeuw beschikbaar. Dit heldere, opake en intense blauw werd heel populair. Het pigment is lichtecht, het verkleurt bijna niet. In de tweede helft van de negentiende eeuw wordt ceruleumblauw geïntroduceerd, een kobalttinoxide. Het is iets transparanter dan kobaltblauw en vaak gebruikt voor het schilderen van luchtpartijen. Het woord ‘ceruleum’ is afgeleid van het Latijnse ‘cerulaeus’, wat ‘met de kleur van de hemel’ betekent.

Ondertussen, rond 1830 ongeveer, komt ook een synthetische en goedkope versie van ultramarijn op de markt, waardoor dit rijkste blauwe pigment voor iedere schilder bereikbaar wordt.

Meer weten?

Over de collectie van Musea Brugge:

www.erfgoedbrugge.be

Over kleur, materialen, technieken en natuurwetenschappelijk onderzoek:

B. Berrie (red.), Artists’ Pigments. A Handbook of Their History and Characteristics. Volume 4, Londen, 2007.

C. Cennini, Het handboek van de kunstenaar. Il Libro dell’Arte, Amsterdam/Antwerpen, 2001.

D. Coles, Chromatopia. An Illustrated History of Colour, Londen, 2018.

N. Eastaugh, V. Walsh, T. Chaplin, R. Siddall (reds.), Pigment Compendium. A dictionary and optical microscopy of historical pigments, Londen, 2013.

R. Feller (red.), Artists’ Pigments. A Handbook of Their History and Characteristics. Volume 1, Londen, 1986.

E.W. Fitzhugh (red.), Artists’ Pigments. A Handbook of Their History and Characteristics. Volume 3, Londen, 1997.

A. Fuga, Materialen en technieken, Gent, 2006 (Kunstbibliotheek).

J. Gage, Colour and Meaning. Art, Science and Symbolism, Londen, 1999.

A. Roy (red.), Artists’ Pigments. A Handbook of Their History and Characteristics. Volume 2, Londen, 1993.

H. Westgeest, T. van Bueren, A. Groot, A. de Koomen (reds.), Kunsttechnieken in historisch perspectief, Turnhout 2011.

www.kikirpa.closertovaneyck.be