Op donderdag 26 mei (O.L.H.-Hemelvaart) zijn onze musea gesloten in de namiddag.

Sluiten

Strook in Onze-Lieve-Vrouwe Kerk

De nietigheid van de mens is het thema van de ‘kop’ die Strook maakte voor de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Hij beeldt de gewone mens uit op monumentale schaal. De verstilling en de houding van het portret passen bij het sacrale van deze plek. Strook vergroot de nietigheid en de fragiliteit van de mens uit tot een reliëf van 3 meter 40 hoog. Ongewoon in een katholieke kerk. Daar is dat formaat normaal bestemd voor Bijbelse schilderijen of heiligenbeelden. Sommige mensen vinden dat Strooks koppen iets sacraals uitstralen. Zelf wil hij door zijn werk de toeschouwer doen stilstaan bij de tijd en de nietigheid van de mens.

Voor zijn portretten gebruikt Strook materiaal dat aangetast is door de tijd. Daarmee raakt hij aan de essentie van het mens-zijn: als persoon word je gekneed door de tijd. Door wat je meemaakt, wat je meesleurt en wat je uiteindelijk weer vergeet. Strook probeert in zijn werk de tijd te fixeren, die toch blijft wegtikken en vervagen. Hij citeert het verleden, waar alles en iedereen ooit toe zal behoren. Ook hijzelf en zijn kunst. In die zin past zijn werk in de traditie van het memento mori. Het is een herinnering aan de eindigheid van de mens, de breekbaarheid van het bestaan en de vluchtigheid van het leven.

Die gelaagdheid zou Strook niet in zijn werk kunnen leggen met nieuw hout. Het hout dat hij gebruikt, is een metafoor voor hoe we als mens bekrast worden, versplinterd, gebroken of getekend. We hebben allemaal onze littekens, rimpels en barsten. Normaal verstoppen we onze groeven, maar in het werk van Strook zitten die aan de buitenkant.

Zijn werk is zeer hedendaags, maar zijn vertrekpunt is het verleden. Strook maakt hedendaagse kunst met een oude ziel. Wie naar zijn werk kijkt, kijkt naar het verleden en hoe hij daar als kunstenaar mee omgaat. Zijn assemblages in hout zijn letterlijk een passé composé, een samengesteld verleden. Strook combineert materialen die hij op uiteenlopende plaatsen heeft gevonden. Hij remixt ruïnes tot portretten.

Strook maakt geen portretten van specifieke mensen. Hij beeldt alleen hun emotie of houding uit. Door zijn figuren te ontmenselijken laat hij de interpretatie open. Sommigen vinden er troost in, anderen herkennen een gevoel van rouw of melancholie. Strooks ‘koppen’ hebben een universele expressie. Iedereen kan er zijn eigen betekenis aan geven.

Zijn figuren spreken de kijker rechtstreeks aan, ook al zijn ze niet herkenbaar. Hun identiteit is onbepaald, de nadruk ligt op de houding en de emotie. Dat anonieme leidt net tot meer empathie. Strooks figuren zijn emotioneel in elkaar gevallen. Maar de craquelures, de kleine barstjes, verraden de sporen van het leven.