Sluiten
IMG_4971

Vlaams onderzoekscentrum

Najaarslezingen

Sinds 2012 organiseert het Vlaams onderzoekscentrum voor de kunst in de Bourgondische Nederlanden een lezingenreeks. Door de lezingen brengen we relevant en recent onderzoek gerelateerd aan de Bourgondische Nederlanden naar het Brugs publiek.

De lezingen vinden telkens plaats op donderdagnamiddag om 15 uur in de Vriendenzaal van Musea Brugge, Dijver 12, 8000 Brugge. De deelname is gratis. Reserveren is niet nodig. Alle lezingen zijn ook in de kalender terug te vinden.

Najaarslezingen 2019

Lezing Antoinede Lonhy rondtrekkendschilder Afbeelding geencontvangen

12 september 2019
ANTOINE DE LONHY, RONDTREKKEND SCHILDER IN DE 15E EEUW
Lezing in het Frans, door Prof. Dr. Frederic Elsig, Université de Genève
De recent herontdekte kunstenaar Antoine de Lonhy was werkzaam in de 2de helft van de 15de eeuw en onderscheidde zich door zijn technische veelzijdigheid. Zijn oeuvre omvat (miniatuur)schilderkunst, glasschilderkunst, ontwerpen voor borduurwerk en sculpturen. Eerst werkte hij in Chalon-sur-Saône voor belangrijke opdrachtgevers zoals Nicolas Rolin en Jean Germain. Vervolgens installeerde hij zich in Toulouse en reisde regelmatig naar Barcelona. Daar werd hij erkend voor zijn innoverende stijl en voor zijn vakmanschap als glazenier. Ten slotte verhuisde hij naar Avigliana. De spreker schetst de stilistische ontwikkeling van zijn beeldtaal.

Lezing Vlaamseinvloedenopde Franseschilderkunst Afbeeldingc Museedu Louvre Large

24 oktober 2019
VLAAMSE INVLOEDEN OP DE FRANSE SCHILDERKUNST IN BOURGONDIË EN DE PROVENCE
Lezing in het Engels, door Sophie Caron, Département des Peintures, Musée du Louvre
Het Louvre kocht recent een bij wetenschappers vrijwel onbekend paneel met een indrukwekkende voorstelling van de tenhemelopneming van Maria. Dit werk dient nu als uitgangspunt voor nieuwe inzichten over de uitwisseling tussen schilders en modellen in Noord-Europa, Bourgondië en Zuid-Frankrijk. Tijdens deze lezing gaat Sophie Caron, conservator van het Louvre dieper in op de invloed van de vernieuwingen van Hugo van der Goes en Geertgen tot Sint Jans op de iconografie en stijl van kunstenaars uit de streek tussen Bourgondië en de Provence.

Lezing Bartolome Bermejo Afbeelding geencontvangen

28 november 2019
BARTOLOMÉ BERMEJO EN DE KUNST IN DE LAGE LANDEN
Lezing in het Engels, door Prof. Dr. Nicola Jennings, Courtauld Institute

Bartolomé Bermejo wordt beschouwd als één van de meest inventieve en technisch geschoolde Spaanse schilders van de 15e eeuw. Tot voor kort kreeg hij echter weinig erkenning, tot het Prado in Madrid, één van de grootste en beroemdste musea ter wereld, eind vorig jaar een eerste monografische tentoonstelling over zijn werk opzette. Er zijn heel wat vragen over zijn artistieke parcours. Het is niet bekend waar hij leerde schilderen als een Vlaamse meester, zoals te zien is in het prachtige olieverfschilderij Piedad Desplà. Prof. Dr. Nicola Jennings van het Courtauld Institute, Londen, vertelt meer over deze fascinerende kunstenaar.

Programma voorbije lezingen

  • 2018

20 september 2018, Prof. Dr. Jelle Haemers, KUL, Over de 'verderfelijke' ambitie en de 'ridderlijke' deugden van Lodewijk van Gruuthuse, de in ongenade gevallen beschermengel van de Bourgondische dynastie.
In de hoogdagen van zijn politieke carrière, de regering van Maria van Bourgondië, functioneerde Lodewijk van Gruuthuse als beschermengel van de Bourgondische dynastie. Geen ridder kreeg toegang tot de vertrekken van de hertogin zonder de toestemming van de Brugse edelman. Maar kort erna keerde het tij. Tijdens de regering van Maximiliaan van Oostenrijk werd Lodewijk opgesloten, en verweet het Gulden Vlies hem de 'verderfelijke ambitie' die hij in de voorafgaande jaren had tentoongespreid. In deze lezing gaat Jelle Haemers na hoe het zover is kunnen komen: waarom behandelde de Bourgondische dynastie Lodewijk als een gevallen engel, en hoe verweerde de edelman zich? Hij schetst bijgevolg een ontluisterend beeld van de politieke geschiedenis van het vijftiende-eeuwse Brugge, en kadert Lodewijks opmerkelijke levensverhaal in de algemene geschiedenis van de Bourgondische Nederlanden.

18 oktober 2018, Prof. Dr. Frederick Buylaert, UGent, Lodewijk van Gruuthuse en zijn sociaal milieu: tussen adel en stad in de vijftiende eeuw
Als bekend bibliofiel en als prominent politicus in de Vlaamse burgeroorlog van de jaren 1480 is Lodewijk van Gruuthuse is zonder twijfel de bekendste edelman van het vijftiende-eeuwse graafschap Vlaanderen. Deze lezing zal niet zozeer ingaan op de exceptionele culturele en politieke rol van deze edelman, maar wel op de vraag hoe we ons het sociale milieu moeten voorstellen waaruit deze edelman afkomstig was, en de mate waarin hij een typische of juist atypische vertegenwoordiger was van dat milieu. Bekeken vanuit een economisch en sociaal perspectief zal blijken dat Lodewijk van Gruuthuse veel van de grote ontwikkelingen van de late middeleeuwen belichaamt doordat hij als prominent lid van de Vlaamse adel steeds nadrukkelijker in een stedelijke en internationale context zal gaan opereren.

22 November 2018, Inge Geysen, Musea Brugge, Gesloten wegens (on)voorziene omstandigheden. De restauratie van het Gruuthusepaleis
Vanaf september 2014 verdween het Gruuthusepaleis achter stellingen en werfzeilen. Het gebouw was aan een broodnodige restauratie toe. Belangrijke aandachtspunten waren daken, goten, schrijnwerk en ramen. De prachtige Reiegevel wachtte al lang op een reiniging. En ook binnen stonden een aantal ingrepen op de planning, onder andere aan enkele vloeren. Maar zoals het elke werf betaamt, dienden zich ook een aantal ‘onvoorziene omstandigheden’ aan. Sommige vroegen om ingrijpende beslissingen. Deze lezing biedt aan de hand van heel wat beeldmateriaal een overzicht van de voorbije restauratiecampagne. Op een aantal onderdelen, zoals de vernieuwing van de belvédère, zal dieper ingegaan worden. Louis Delacenserie, de stadsarchitect die het Gruuthusepaleis eind 19de eeuw restaureerde, zal tijdens de lezing nooit veraf zijn.

11/1/2018, Anne van Oosterwijk, Groeningemuseum en curator van Pieter Pourbus en de vergeten meesters, Meekijken over de schouder van de meester. Studie van (onder)tekeningen bij Brugse zestiende-eeuwse meesters.
Van Pieter Pourbus zijn behoorlijk wat tekeningen bewaard, die in een aantal gevallen ook nog verbonden kunnen worden met schilderijen die nog bestaan. Studie naar de tekeningen en schilderijen kan aangevuld worden met onderzoek van de ondertekening. Door gebruik te maken van de techniek infraroodreflectografie kan de voorbereidende tekening op het gegrondeerde paneel worden geregistreerd en worden bestudeerd. Voor de tentoonstelling ‘Pieter Pourbus en de vergeten meesters’ werd het oeuvre van Pieter Pourbus voor het eerst systematisch bestudeerd met deze methode, hetgeen veel nieuwe informatie over zijn werkmethoden en zijn leertijd aan het licht heeft gebracht. Ook kunstwerken van de familie Claeissens werden onderzocht, en de resultaten van dit onderzoek lagen mede aan de basis van de reconstructie van deze oeuvres. Tijdens de lezing licht Anne van Oosterwijk de nieuwe bevindingen met veel beeldmateriaal toe.

25/1/2018, Stephan Kemperdick, Gemäldegalerie Staatliche Museen zu Berlin, France, Flanders, Jean Fouquet
Jean Fouquet (ca. 1420-ca. 1480) is ongetwijfeld de belangrijkste Franse schilder uit de late middeleeuwen en de vroege moderne tijden. Zijn werken kenmerken zich door een unieke mengeling van elementen uit de Franse traditie, de vroege Italiaanse Renaissance en de Vlaamse Primitieven. Fouquets Italiaanse inspiratie, opgedaan tijdens een verblijf in Rome rond 1445 springt het meest in het oog. Zo was hij de eerste schilder die de klassieke architectuur en renaissanceputti in Noord-Europa afbeeldde en het perspectief correct weergaf. De invloed van de Vlaamse Primitieven zoals Jan van Eyck en Rogier van der Weyden op het werk van Fouquet wordt al lang erkend. Hij lijkt hun technieken reeds vroeg in zijn carrière toegepast te hebben, nog voor hij naar Italië vertrok. Meestal wordt zijn werk vergeleken met dat van Jan van Eyck. Toch blijkt de kunst van Rogier van der Weyden een grotere en veel diepere invloed op hem gehad te hebben. In deze lezing zullen de verschillende aspecten geanalyseerd worden die Fouquet van de Vlaamse Primitieven heeft overgenomen.

8/2/2018, Hanno Wijsman, Institut de Recherche et d’Histoire des Textes (IRHT-CNRS), Paris, De boekenminnende elite in laat-middeleeuws Vlaanderen : handschriften en gedrukte boeken
Verluchte handschriften met volkstalige teksten werden in de late middeleeuwen met name gemaakt voor de adellijke elite. In Vlaanderen nam de bibliofiele mode bij de adel een enorme vlucht rond het hof van de Bourgondische hertogen in de tweede helft van de vijftiende eeuw. In deze tijd zetten zich echter ook verschillende veranderingen door : sommige leden van de stedelijke elites begonnen de adel na te volgen en ook verluchte handschriften te bestellen; bovendien werden er vanaf de jaren 1470 voor het eerst ook geïllustreerde boeken gedrukt, waarin de verluchting hetzij geheel met de hand werden aangebracht, hetzij werden gedrukt als houtsneden (die al dan niet konden worden ingekleurd). Deze lezing schetste een rijk geïllustreerd beeld van deze prachtige bibliofiele objecten en het boekenbezit van een aantal, met name Brugse, bezitters specifiek toelichten.

  • 2017

02.02.2017, Robert Jacob, Université de Liège en Université Saint Louis Bruxelles & Centre national de la recherche scientifique, France, Images de la justice et éthique du juge en Occident (Afbeeldingen van het recht en ethiek van de rechter in de Westen)

  • 2016

16.11.2016, Valérie Hayaert, Institut des Hautes Etudes sur la Justice, Paris, Transparent blindfolds of Lady Justice (De doorzichtige blinddoeken van Vrouwe Justitia)
Een van de meest besproken vragen over de voorstelling van Vrouwe Justitia gaat over haar blinddoek. Blindheid is problematisch: is het een teken van een handicap of van onpartijdigheid? Vrouwe Justitia blinddoeken is een paradoxale daad en verdient alleen daarom al een gedegen analyse. Haar blindheid is het resultaat van een emblematisch proces: de inherente meerduidigheid van de blinddoek toont aan dat elke allegorie over de blinddoek op verschillende tekstuele manieren kan geïnterpreteerd worden. Afhankelijk van hoe een actieve toeschouwer kijkt en interpreteert, kan de blinddoek inderdaad iets anders symboliseren, zowel voor de maker van het beeld als voor de kijker. De paradoxale aard van de blinddoek is heel productief: is het een teken van blindheid? van onpartijdigheid? een noodzakelijk vermijden van klaarheid? een moment van vergetelheid over het bewijs dat voorgelegd wordt? Een teken van extase? Een schaamtevol stigma? Een truc? Een teken van spot? De lijst met vragen toont dat dit symbool op verschillende manier bekeken kan worden, naargelang de verschillende toeschouwers, contexten en intenties.

08.12.2016, Alain Wijffels, Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Justitie en gerechtigheid: fundamenten van behoorlijk bestuur in de schilderijen van Vredeman de Vries in Gdansk.
Toen Hans Vredeman de Vries in de jaren 1590 in Danzig (Gdansk) verbleef, kreeg hij de opdracht een reeks panelen te schilderen voor het nieuwe stadhuis. Het algemeen thema van de reeks was het traditioneel thema ‘behoorlijk openbaar bestuur’. De zeven panelen (oorspronkelijk was er misschien ook een achtste) hangen vandaag nog steeds in het historisch Renaissance gebouw te Gdansk. Elk paneel is een allegorische voorstelling van een ‘deugd’ van het behoorlijk bestuur, en telkens wordt ook gewezen op de verderfelijke gevolgen die ontstaan, wanneer een bestuurder die deugd niet naleeft. De hele cyclus van zeven voorstellingen volgt ook een algemene structuur, want de reeks begint met het thema van de menselijke justitie, en eindigt met een Laatste Oordeel, de goddelijke justitie. Tussen die twee panelen worden alternatief deugden voorgesteld die nu eens eerder religieus, dan weer eerder seculier geïnspireerd zijn. Ieder schilderij uit de reeks is complex uitgewerkt, met de voor Vredeman de Vries typische uitbundige architecturale bouwelementen, maar ook tal van personages: figuren uit de Oudheid, uit de Bijbel, en allegorische figuren die de Middeleeuwse beeldvorming van het openbaar bestuur voortzetten en vernieuwen.

22.12.2016, Vanessa Paumen, Vlaams onderzoekscentrum voor de kunst in de Bourgondische Nederlanden, Curator “De kunst van het recht”, Van villing tot vel op de stoel. De straf van Cambyses in beeld
In de zestiende en de zeventiende eeuw werd de geschiedenis van de strenge koning Cambyses en de corrupte rechter Sisamnes heel populair als exemplum. Vergelijkt men de vele voorstellingen uit die tijd met de panelen van Gerard David, dan blijkt duidelijk dat de Brugse schilder het verhaal op een volstrekt unieke manier in beeld heeft gebracht. In de latere voorstellingen gaat de aandacht vooral naar Otanes, Sisamnes’ zoon, terwijl de bestraffing herleid wordt tot een klein achtergrondtafereel, of zelfs helemaal weggelaten. Ook de omkoping en de arrestatie komen nog zelden in beeld; de afgestroopte huid van de vader daarentegen krijgt in die werken een prominente rol. Deze lezing gaat in op een aantal werken in de tentoonstelling met het bekende thema dat reeds in de 15e eeuw door Gerard David voor de Brugse schepenen geschilderd werd.

  • 2015

08.10.2015, Till-Holger Borchert, Musea Brugge, De herontdekking van de Vlaamse primitieven en het ontstaan van de kunstmusea.
De herontdekking van de Vlaamse primitieven aan het begin van de 19de eeuw is onverbrekelijk gekoppeld aan het tentoonstellen van de 15de-eeuwse schilderkunst in de musea. Deze voordracht belicht de historische evolutie van de collectievorming rond de Vlaamse primitieven en gaat aansluitend nauwkeurig in op de rol van verzamelaars en museumcuratoren. Hun motivatie en ideeën worden gesitueerd in een bredere politieke en cultuurhistorische context.

26.11.2015, Stefan Huygebaert, UGent Institute for Legal History, Een evidente keuze? De middeleeuwen en haar primitieven als thematiek van de Brugse romantische schilderkunst
De Belgische romantische schilderkunst werd rond 1830 gekenmerkt door een thematische voorkeur voor het nationale verleden, niet het minst voor de helden van de nationale kunstgeschiedenis. Veel van deze ‘mythische primitieven’, zoals van Eyck, Memling en David, waren in Brugge actief, en de Brugse Academie voor Schone Kunsten bewaarde enkele van hun belangrijkste paneelschilderijen. Daarnaast was Brugge de stad waar de architecturale neogotiek niet alleen haar eerste, maar ook haar meest omvangrijke uitwerking zou kennen. In deze lezing staat de vraag centraal hoe en in welke mate de vooraanstaande Brugse romantische schilders en hun academie de lokale middeleeuwen en hun primitieven een plaats gaven in hun werken en denken.

  • 2014

13 november 2014, Dr. Bart Fransen, Studiecentrum Vlaamse Primitieven, KIK/IRPA, Sculptuurontwerp in Rogier van der Weyden's atelier.
Deze lezing behandelt de relatie tussen 15de -eeuwse sculptuur en de innovatieve beeldtaal van Rogier van der Weyden (1399/1400 – 1464). Ondanks dat er al veel gepubliceerd is over dit onderwerp, valt het op dat deze relatie voornamelijk geïllustreerd wordt met voorbeelden van sculptuur daterend na de dood van de meester, dus slechts getuigend van de zogenoemde invloed van der Weyden’s schilderkunst op latere sculptuur. Er is tot nu toe weinig aandacht besteed aan de directe en actieve bijdrage van van der Weyden aan sculptuur van zijn tijd. Documenten die zijn activiteit as ontwerper van sculptuur bevestigen zijn zeldzaam, maar verschillende van zijn atelier tekeningen bevestigen echter wel dat dit een belangrijk onderdeel van zijn carrière was. Vermits de meerderheid van deze tekeningen zijn bestudeerd door specialisten in schilderkunst is er weinig aandacht besteed aan de relaties met beeldhouwwerken. In deze lezing zullen verschillende tekeningen in relatie worden gebracht met bestaande sculpturen waarvoor de ontwerpen specifiek gemaakt blijken te zijn. Een nieuwe blik op dit materiaal, vanuit een sculpturale invalshoek, brengt nieuwe inzichten in de atelier werk methodes van van der Weyden en de uitwisseling tussen schilders en beeldhouwers.

20 november 2014, Dr Léon Lock, KULeuven/Musée François Duesberg, Mons, Paragone? Relaties tussen beeldhouwkunst en schilderkunst in de Zuidelijke Nederlanden van Jan van Eyck tot Rubens.
De “paragone”, of vergelijking in het Italiaans, is een concept dat geïntroduceerd werd om de relatieve kwaliteiten van schilderkunst en beeldhouwkunst met elkaar te toetsen, toen schilders en beeldhouwers ten tijde van Leonardo en Michelangelo met elkaar wedijverden. Dit concept wordt ook wel eens in de Lage Landen besproken, maar zelden echt toegepast, gezien dat onze kunstgeschiedenis zich hoofdzakelijk met schilderkunst heeft bezig gehouden, b.v. met de Vlaamse primitieven of met Rubens en zijn tijdgenoten. Is dat acceptabel? De bedoeling van deze lezing is de veelvuldige relaties tussen beeldhouwkunst en schilderkunst in de vroegmoderne tijd in context te plaatsen en in te gaan op kwesties rond samenwerking, 2D vs. 3D, materiaalgebruik, machtsrelaties binnen en tussen de gildes en hoe de twee beroepen bekeken werden.

4 december 2014, Dr. Kim Woods, The Open University, UK, Alabaster sculpture in the Burgundian and Habsburg Netherlands c. 1400 – 1530. (Het albasten beeld in de Bourgondische en Habsburgse Nederlanden)
De befaamde grafstoet van het praalgraf van Filips de Stoute in d eChartreuse van Champmol is ongetwijfeld het bekendste albasten beeld uit de Bourgondische Nederlanden. Maar wat gebeurde er met het albasten beeld na deze periode? Deze lezing werpt een blik op de beeldhouwtraditie in de Lage Landen aan de hand van beeldhouwers die zowel plaatselijk werkten als in het buitenland, tot in Castilië in het verre Spanje.

11 december 2014, Prof. Dr. Aleksandra Lipińska, Technische Universität Berlin, Moving Sculptures: Southern Netherlandish alabasters from the 16th to the 17th centuries in Central and Northern Europe. (Beelden in beweging: Albasten beelden uit de Zuidelijke Nederlanden van de 16e tot de 17e eeuw in Centraal- en Noord-Europa)
De lezing belicht een weinig gekend hoofdstuk uit de geschiedenis van de beeldhouwkunst in de Nederlanden: de serieproductie van kleinschalige albasten reliëfs, altaarstukken en beeldjes gemaakt in Mechelse en Antwerpse ateliers tussen 1525 en 1650. Eerst en vooral wordt er een beeld geschetst van deze ambacht, met toelichting over de specificiteit van het materiaal en de marketingmethodes van de Zuid-Nederlandse albastsnijders. Vervolgens wordt het fenomeen belicht vanuit het perspectief van de verre opdrachtgevers in Centraal-, Oost- en Noord-Europa met behulp van werk dat grotendeels onbekend is bij het grote publiek. Met als voorbeeld het altaarstuk dat door keurvorst Julius II van Brandenburg besteld werd of ook nog epitafen van burgers uit Berlijn, Danzig of Breslau.

  • 2013

17/10/2013, Truus van Bueren, Universiteit van Utrecht, Memorievoorstellingen en hun plaats in de middeleeuwse dodengedachtenis.
Memorievoorstellingen zijn schilderingen en beelden(groepen) met een religieuze voorstelling, de gebedsportretten en/of wapenschilden van de te gedenken personen, hun beschermheiligen en een tekst met hun naam, sterfdatum en een oproep tot gebed voor hun zielenheil. Deze kunstwerken bevonden zich vooral in kerken. Het waren zeer geschikte communicatiemiddelen, onder andere omdat de compositie van de voorstelling vaste patronen kende. Ze waren in de eerste plaats bedoeld om gebed af te smeken voor het zielenheil van de in het kunstwerk geportretteerde en genoemde personen. Daarnaast kon men via de voorstellingen en de bijbehorende teksten sociale, godsdienst-politieke en politiek-maatschappelijke kwesties aan de orde stellen. Maar konden de opdrachtgevers in alle vrijheid bepalen welke boodschappen zij wilden overbrengen via hun memorievoorstelling? Of hadden ook andere partijen, zoals de geestelijkheid en kerkmeesters van de kerk waar het kunstwerk werd geplaatst, of bijvoorbeeld een stadsbestuur zeggenschap waar het dit soort schenkingen betreft?

7/11/2013, Douglas Brine, Trinity University, San Antonio, Texas (USA), Reflection and remembrance in Jan van Eyck’s Van der Paele virgin. (Weerspiegeling en herdenking in De Maagd met Kanunnik Joris van der Paele van Jan van Eyck)
Het was pas half de twintigste eeuw dat het kleine figuurtje in het schild van St. Joris, afgebeeld op de Maagd met Kanunnik Joris van der Paele van Jan van Eyck, de aandacht trok van wetenschappers. Sindsdien wordt het beeld beschouwd als het zelfportret van Eyck en komt het vaak ter sprake in discussies over zijn aanwezigheid als schilder van het werk. De lezing gaat dieper in op de functie van de weerspiegeling en de betekenis ervan in verhouding tot de oorspronkelijke achtergrond van het schilderij – het schip van de Sint-Donaaskerk in Brugge, dicht bij het graf van Joris van der Paele en het altaar waar missen werden opgedragen voor zijn ziel. De relatie tussen de weerspiegeling en de toeschouwers wordt besproken, samen met de rol van de weerspiegeling in het kader van het herdenken.

21/11/2013, Ronald van Belle, Universiteit Gent, Koperen grafplaten, ontwerpers en de schilderkunst.
De grafplaten en grafzerken uit onze gewesten zijn befaamd omwille van hun hoog artistiek niveau en afwerking. Weten we iets over hun ontwerpers? Vanaf het einde van de XIVde eeuw stelt men ook hier een aanzet tot pre-eyckiaans realisme vast. Tijdens de XVde eeuw is de design duidelijk beïnvloed door de Vlaamse schilderschool. Een aantal koperen memorietaferelen tonen gelijkenissen met geschilderde panelen met schenkers. Is er een wisselwerking geweest? Sommige grafplaten tonen verwantschap met werk van Gerard David, Pieter Pourbus, Adriaan Isenbrand, Jan Gosaert etc. Bestaan er documentaire bewijzen dat schilders betrokken waren bij hun ontwerp? Vlaamse koperen grafplaten werden over heel het Westen geëxporteerd. Van een aantal grafplaten in het buitenland bewaard vraagt men zich af in welke stad ze werden vervaardigd: Doornik, Antwerpen, Brussel, Brugge, Gent, Mechelen? Kan de schilderkunst ons helpen grafplaten aan een atelier van een wel bepaalde stad toe te schrijven? Veel vragen maar toch ook een aantal antwoorden.

5/12/2013, Johanna Scheel, Universität Frankfurt, The donor portrait in early Netherlandish painting. Emotional strategies of seeing and self-knowledge. (Het portret van de schenker bij de Vlaamse Primitieven. Emotionele strategieën bij het kijken en het zelfbewustzijn)
De Vlaamse Primitieven hebben het portret van de schenker heruitgevonden. Schenkers krijgen een nieuwe positie, betekenis en rangorde in het beeld: ze komen naar voren en nemen hun plaats in als protagonisten in de compositie. Ze worden op dezelfde manier afgebeeld als de heiligen, met uitzondering van hun gezichtsuitdrukking. Dit zorgt voor een vreemde paradox die zelden ter sprake komt. Het weergeven van emoties in religieuze schilderijen is een belangrijke factor die bijdraagt tot de inleving van de toeschouwer met het schilderij tijdens het gebed en de vrome aanbidding. Maar de schenker, die perfect als rolmodel zou kunnen fungeren, lijkt deze identificatie met de kijker te negeren door zijn emotieloze uitdrukking. Deze studie onderzoekt deze paradox en kijkt of het portret van de schenker een bijzondere functie heeft voor de vrome toeschouwer in de context van het religieuze schilderij.

  • 2012

15.11.2012, Jacques Paviot, Université Paris-Est Créteil Val de Marne, Les Portugais à Bruges et Anvers aux 15ème et 16ème siècles (De Portugezen in Brugge en Antwerpen in de 15e en 16e eeuw.)
Hoewel in aantallen niet bijzonder talrijk, spelen de Portugezen in Brugge en later in Antwerpen een niet te onderschatten rol. In de Portugese gemeenschap kunnen drie groepen worden onderscheiden: de handelaars, de vertegenwoordigers van de Portugese koning en de hovelingen. Deze drie groepen zijn in de 15deeeuw in Brugge aanwezig en de twee eerst genoemden in Antwerpen in de 16de en 17de eeuw. Elk van hen bestelt of koopt kunstwerken of kunstvoorwerpen. In deze voordracht wordt stilgestaan bij verschillende figuren: hertogin Isabella van Portugal (1397-1471) en haar omgeving, de leden van de Portugese handelsvertegenwoordiging-waaronder de humanist Damião de Góis (1502-1574)-, en de moeilijker te traceren groep van de handelaren, van wie enkele namen –zoals Martin Lem- overgeleverd zijn via de bewaard gebleven kunstwerken.

6.12.2012, Federica Veratelli, (destijds verbonden aan) Université Paris-Est Créteil Val de Marne, Familiezaken. Onuitgegeven profielen van Italiaanse opdrachtgevers in Brugge (1477 – 1530)
In de archieven van Rijsel bevinden zich heel wat documenten over de aanwezigheid van Italianen in de Habsburgse hofkringen na de dood van Karel de Stoute in 1477. De ontdekking van die documenten biedt de mogelijkheid om tot dusver onbekende profielen uit te tekenen van Italiaanse kooplui in Brugge aan het einde van de 15de eeuw en het begin van de 16de eeuw. Het gaat om een nieuw type zakenlui, vooral afkomstig uit Florence: het zijn bankiers en leveranciers van luxeproducten voor het hof. Vaak treden zij op als opdrachtgevers van Vlaamse kunstwerken. Folco en Benedetto, de neven van Tommaso Portinari, worden geschilderd door Hans Memling en Bandini Baroncelli door een anonieme Vlaamse meester. Gaspare Bonciani is opdrachtgever voor Gerard David. Girolamo Frescobaldi en zijn kinderen verzamelen in Brugge een aantal schilderijen die getuigen van een noordelijke smaak, die de interesse opwekken van Margaretha van Oostenrijk. In de lezing wordt, op basis van uiteenlopende en meestal onuitgegeven bronnen, stilgestaan bij enkele van deze weinig gekende figuren.

13.12.2012, Marc Gil, Université de Lille 3, Les femmes dans les métiers d’art des Pays-Bas bourguignons (15ème siècle - début 16ème siècle) (De plaats van vrouwen in de kunstambachten in de Bourgondische Nederlanden (15e – begin 16e eeuw)
Recente studies tonen aan dat vrouwen de hele middeleeuwen lang deelnamen aan economische activiteiten. Niettemin wordt hun rol in de artistieke productie over het algemeen door kunsthistorici verwaarloosd. Het bronnenonderzoek toont evenwel duidelijk aan dat vrouwen bij elke stap van het creatieve proces aanwezig waren. De analyse van de reglementen van de Sint-Lucasgilde van 14 steden (in Noord-Frankrijk, Vlaanderen, Henegouwen en Brabant) en van de inschrijvingsregisters van de Brugse gilde van het boekambacht maakt het mogelijk zicht te krijgen op de activiteit van vrouwen in de kunstnijverheid. Ze duiken op als meester –na het afleggen van de meesterproef- aan het hoofd van een atelier, naast hun man of zelfstandig (als vrijgezel of weduwe), en als gezel die jongens en meisjes in het vak opleidt en dat niet alleen in zogenaamd vrouwelijke ambachten. Zij zijn ook de eerste slachtoffers van economische crisissen.